De dodentempel van Hatsjepsoet
Uit Kemet
In het keteldal (dat is de term voor een dal dat driekwart is) van Deir el-Bahri bouwde koningin Hatsjepsoet haar dodentempel. De bouw ervan heeft ongeveer vijftien jaar geduurd. In de oudheid was de tempel bekend onder de naam
De tempel is opgebouwd uit drie terrassen, gescheiden door zuilengangen in plaats van de gebruikelijke pylonen. De terrassen worden met elkaar verbonden door twee hellingbanen. Op het eerste terras, links en rechts van de grote voorhof, bevinden zich twee zuilengangen. In de noordelijke zuilengang zijn afbeeldingen aangebracht van de moerassen in Neder-Egypte. De reliëfs in de zuidelijke zuilengang tonen schepen met de obelisken die van Assoean naar Karnak werden verscheept.
De eerste hellingbaan leidt naar het tweede terras, met in de zuidelijke zuilengang afbeeldingen van de expeditie naar Poent, een gebied dat waarschijnlijk in de buurt van het huidige Somalië lag. Deze expeditie bracht exotische producten als wierook, mirre, hout en ivoor naar Egypte. We zien dorpen met huizen op palen en de heerser van Poent, Parahoe, met zijn zeer dikke echtgenote. Verder tonen de reliëfs hoe de producten in ontvangst werden genomen en op schepen werden geladen. Daarna werden de producten door koningin Hatsjepsoet aan Amon-Ra geofferd.
De noordelijke zuilengang toont afbeeldingen van de goddelijke geboorte van Hatsjepsoet. Zo verklaarde zij recht te hebben op de troon. Haar moeder, koningin Ahmose, ontvangt het anch-teken (teken van leven) van Amon-Ra in de gedaante van Thoetmoses I. Dit is een indirecte vorm van beschrijven hoe ze door de god werd bevrucht. In een volgend reliëf verschijnt de zwangere Ahmose voor de geboortegoden: de kikkergodin Heket en de ramgod Chnoem. Vervolgens wordt Hatsjepsoet geboren in aanwezigheid van vele goden en door Amon-Ra erkend als zijn dochter. Omdat het dal waarin de tempel staat, gewijd was aan de godin Hathor werd aan de zuidkant van de zuilengang op het tweede terras een Hathorkapel gebouwd. De zuilen hebben Hathorkapitelen en de schitterende reliëfs op de wanden zijn nog in goede staat en veelal nog prachtig gekleurd. Ook aan de noordzijde bevindt zich een deels in de rotswand uitgehouwen kapel, gewijd aan de god Anoebis.De toegang tot het derde terras wordt gevormd door een zuilengang waar oorspronkelijk voor elke zuil een fel gekleurd Osirisbeeld van Hatsjepsoet stond . Een aantal is bewaard gebleven. Via een enorme granieten deuropening komt men in een zuilenhof met zestienhoekige zuilen. Aan de linkerkant van de hof bevindt zich de kapel voor de familiecultus van Hatsjepsoet en Thoetmoses I. Via een doorgang aan de rechterkant van de zuilenhof komt men in een kapel voor de zonnecultus met in het midden een altaar. Aan de achterzijde van de hof zijn nissen in de rotswand uitgehouwen waarin oorspronkelijk beelden van Hatsjepsoet hebben gestaan. In het midden hiervan is een heiligdom voor Amon uitgehakt in de rotsen. Dit heiligdom werd in de Ptolemaeën Tijd uitgebreid met cultusruimtes voor de vergoddelijkte architecten Imhotep en Amenhotep, zoon van Hapoe.
De dodentempel werd in 1891 als ruïne opgegraven door Edouard Naville.
Van 1893 tot 1899 hield Howard Carter toezicht op het kopiëren van de reliëfs in de zuilengangen. In deze periode werden door hem ook de funderingen van de daltempel teruggevonden. Van 1911 tot 1930 heeft Herbert E. Winlock opgravingen verricht bij de tempel. Een Pools-Egyptische missie is sinds 1961 bezig met de reconstructie van de dodentempel.
LdJ
Bronnen: - The Complete Temples of Ancient Egypt - R.H. Wilkinson - Lexikon der Ägyptischen Baukunst – D. Arnold - De schatten van Luxor en de Vallei der Koningen – K.R. Weeks - Foto dodentempel Hatsjepsoet - Roel Rijsdam - Foto Ahmose - Petra Lether
