De god Amon

Uit Kemet

Ga naar: navigatie, zoeken

Hogepriester Ramsesnacht met Thebaanse triade, Egyptisch Museum, Caïro
Hogepriester Ramsesnacht met Thebaanse triade, Egyptisch Museum, Caïro
De god Amon Image:Imn.gif (iemen) was een van de belangrijkste goden in het oude Egypte. In de Piramideteksten (PT 446) wordt Amon voor het eerst vermeld. De Thebaanse godin Wosret is de eerste die als zijn vrouw wordt beschouwd. Later worden ook Amonet en Moet als zijn echtgenotes genoemd. Hij was de lokale god van Thebe. Binnen anderhalve eeuw verving hij de oude god van Thebe, Monthoe, en werd als Amon-Ra door de farao's uit die tijd tot de meest vooraanstaande god van het Egyptische pantheon gezien. Samen met de godin Moet, die de plaats innam van Amonet, en hun zoon Chonsoe, vormde hij de triade van Thebe.

Amon wordt vaak geassocieerd met het onwaarneembare. In grafschriften wordt hij doorgaans omschreven als ‘verborgen van vorm’. Mogelijk verwijst de oorspronkelijke betekenis van zijn naam naar de onzichtbare kracht van de wind. Amon behoort ook tot de Ogdoade van Hermopolis, een groep van acht oergoden. Daarnaast werd hij verheerlijkt als Amonkamoetef, de scheppergod in de vorm van een slang die zichzelf telkens vernieuwde. In het Dodenboek wordt Amon geassocieerd met de zon. In relatie tot de zonnecultus van Heliopolis verschijnt hij als zonnegod, Amon-Ra, een versmelting van Amon en Ra-Horachte, die opkomt aan de oostelijke horizon.

Amonkamoetef, detail witte kapel Senwosret I, Openluchtmuseum Tempel van Karnak, Loeksor
Amonkamoetef, detail witte kapel Senwosret I, Openluchtmuseum Tempel van Karnak, Loeksor
Amon wordt doorgaans als mens afgebeeld, met zowel een rode als een blauwe huidskleur. De rode kleur is de oorspronkelijke kleur van de goden. De blauwe kleur verwijst naar zijn scheppende kracht. Zijn kleding bestaat uit een korte schort waaraan dikwijls een lange staart was bevestigd, de stierenstaart. Hij draagt de kroon met dubbele veren, wat een manier is om Amon voor te stellen als 'god van de wind'. Bij gelegenheid wordt hij als man met een ramskop afgebeeld maar ook de nijlgans stond symbool voor Amon. Vanaf de 12de dynastie wordt hij als Amonkamoetef ityfallisch, oftewel met een erectie, afgebeeld in rituele scènes in de tempels van Thebe, met name in de tempel van Loeksor. Amonkamoetef betekent letterlijk 'stier van zijn moeder', een symbolische uitdrukking voor kracht en vruchtbaarheid. Het ityfallische aspect verwijst naar de vruchtbaarheidsgod Min, die soms ook wel Amon-Min wordt genoemd.

Amon werd gezien als koning van de goden en als universele god, een god die in alles aanwezig was. Hij werd vereerd in vele tempels in heel Egypte, maar in het bijzonder in twee tempels in Thebe: de tempel van Karnak en de tempel van Loeksor. De tempel van Karnak was de hoofdtempel van Amon. Het is het grootste religieuze complex dat ooit is gebouwd en omvatte zowel een tempel voor Amon als tempels voor andere goden. De verering voor Amon reikte zelfs verder dan Egypte. Ook in Libië, Griekenland en Nubië werd hij vereerd. De Nubiërs accepteerden Amon als hun eigen god.

Ramskop amulet, Metropolitan Museum of Art, New York
Ramskop amulet, Metropolitan Museum of Art, New York
Tijdens het bewind van Achnaton werd de invloed van Amon drastisch ingeperkt. Zijn naam en afbeeldingen werden in bijna alle tempels in Egypte grondig uitgewist. In de periode erna werd zijn naam weer in ere hersteld. De amuletten die van Amon verschenen, werden vervaardigd uit dure materialen en het lijkt erop dat ze door priesters, al tijdens hun leven, zijn gedragen. In de Egyptische magie was de god Amon goed vertegenwoordigd in toverspreuken en formules, in het bijzonder bij degenen die voor een oogkwaal werden behandeld. Zijn macht en invloed werden tevens in spreuken en formules gebruikt tegen schorpioenen, krokodillen en andere gevaarlijke schepsels.

JB

Bronnen:
– The complete Gods and Goddesses of Ancient Egypt - R.H. Wilkinson