De scheppingsmythe van Memfis

Uit Kemet

Ga naar: navigatie, zoeken

De steen van Sjabaka, British Museum, Londen
De steen van Sjabaka, British Museum, Londen
Memfis bevond zich in de oudheid aan de oever van de Nijl ter hoogte van het huidige dorpje Mit Rahina, zo'n 24 kilometer ten zuiden van Caïro. Hoewel deze stad de hoofdstad van Egypte was, is er nu nauwelijks meer iets van terug te vinden. De stenen van de overgebleven ruïnes werden gebruikt om met name de kerken en moskeeën in de stad te bouwen. Het verhaal van de schepping is voor een deel bewaard gebleven op de Steen van Sjabaka, een basalten plaat die in het British Museum wordt bewaard. De steen werd besteld door de Nubische koning Sjabaka uit de 25ste dynastie. Hij gaf opdracht deze op te stellen in de tempel van Ptah in Memfis. Uit de inscripties wordt duidelijk dat de koning opdracht gaf de steen te vervaardigen omdat de originele tekst, die waarschijnlijk was genoteerd op papyrus, door wormen was aangetast en nauwelijks meer leesbaar was. Aanvankelijk werd gedacht dat de teksten op het origineel uit het Oude Rijk stamden. Momenteel gaat men er vanuit dat de inscripties uit de Late Ramessidentijd stammen of misschien nog jonger zijn, hoewel Ptah geldt als een scheppergod in het Oude Rijk. Blijkens de Sarcofaagteksten uit het Oude Rijk en de teksten uit de Ramessidentijd wordt Ptah gezien als de god die verantwoordelijk was voor het scheppen van de zon en de goden en het doen groeien van het gewas.

De triade van Memfis, Papyrus Harris I, British Museum, Londen
De triade van Memfis, Papyrus Harris I, British Museum, Londen
Volgens de Memfitische scheppingsmythe was niet de zonnegod Ra de scheppergod, maar Ptah. Hij werd voorgesteld als vader en moeder van al het geschapene en was ook de beschermgod van de handelslieden. Ptah zou eerst zichzelf geschapen hebben en vervolgens de Enneade van goden, door ze in zijn hart te bedenken en ze vervolgens hardop uit te spreken. Daarna schiep hij de steden met tempels waarin zij konden wonen. De Egyptenaren veronderstelden dat men met het hart kon denken en dat dit de plaats was waar de wijsheid en de emotie zetelden. Men was nog niet bekend met de werking van de hersenen. Vandaar dat de overledene in het hiernamaals werd beoordeeld door het wegen van het hart. Ptah creëerde beelden uit hout, klei en steen als belichaming voor de geesten en goddelijke kracht (ka) van de godheden. Hij schiep zowel mensen als dieren door hun naam te noemen. Het idee om mensen, dieren en dingen te benoemen en levenskracht te geven is kenmerkend in het oude Egypte. Het mondopeningsritueel is ook een laatste ritueel voor de graflegging waarmee men op magische wijze de zintuigen van een overledene probeerde te prikkelen. Ptah, de Memfitische scheppergod zou dit specifieke ritueel hebben uitgevonden. Samen met zijn echtgenote, de leeuwgodin Sachmet, kreeg Ptah een zoon, de lotusgod Nefertem. Volgens de Memfitische scheppingsmythe groeide op de oerheuvel Benben de oerlotus. Daaruit werd de jonge zonnegod Nefertem geboren.

JB

Bronnen:
– De geheimen van het Oude Egypte – L. Oakes en L. Gahlin
– Cursus Religie van het Oude Egypte – H. Pragt