Deir el-Medina

Uit Kemet

Ga naar: navigatie, zoeken

D
Het arbeidersdorp Deir el-Medina
Het arbeidersdorp Deir el-Medina
e werklieden die verantwoordelijk waren voor de bouw van de koninklijke graven, woonden in het dorp Deir el-Medina. De Oudegyptische benaming voor Deir el-Medina was ‘Ta-set-maät’, de plaats van de waarheid of ‘pa-demi’, het dorp. De moderne naam Deir el-Medina betekent in het Arabisch ‘het klooster van de stad’. Deze naam is afkomstig van een koptisch klooster dat op de locatie van de tempel van het dorp was gebouwd. Deir el-Medina werd aan het begin van de 18de dynastie gesticht door farao Amenhotep I. Over de omvang van het dorp bij haar stichting is niets bekend. De vroegst bekende grenzen van het dorp komen uit de tijd van Thoetmoses I (ca 1504-1492 v.Chr.). Deze farao bouwde een ommuring rond de nederzetting met daarin zijn zegel. Deze muur rond Deir el-Medina werd bewaakt. Dit was niet om werklieden binnen te houden, maar ter bescherming van de kostbare materialen waarmee ze werkten. Aan het einde van de 18de dynastie werd het dorp door farao Horemheb uitgebreid. In deze periode bestond Deir el-Medina uit zeventig huizen. Ramses II uit de 19de dynastie vergrootte het dorp met veertig extra huizen.

De huizen waren gebouwd van ruwe stenen en tichelsteen. Ze bestonden over het algemeen uit vier of vijf vertrekken, waaronder een hoofdvertrek, keuken en kelder. Via een trap kon het dak worden bereikt. De huizen waren langs een smalle hoofdstraat gebouwd. De zijde van de straat waaraan de werklieden woonden, werd bepaald door ‘de groep’ waar ze bij hoorden. De linkergroep was verantwoordelijk voor de linkerkant van de tombe; deze groep woonde ook aan de linkerkant van de hoofdweg. De rechtergroep was geheel op rechts georiënteerd.
Elke groep werd geleid door een voorman die als contactpersoon tussen dorpsbewoners en het bestuur optraden. Dit bestuur bestond uit de vizier, de opzichter van de schatkist en verschillende secretarissen. Het bestuur was verantwoordelijk voor de opslag en verdeling van de salarissen. De voormannen werden, zoals gewoonlijk was binnen het dorp, meestal opgevolgd door hun oudste zoon. 

Detail van het arbeidersdorp Deir el-Medina
Detail van het arbeidersdorp Deir el-Medina
De werklieden werden door de staat voorzien van voedsel. Graan, brood, groente, fruit, brandhout, verschillende dranken en kleding werden als salaris aan de werklieden uitbetaald. Deze vorm van salaris werd aangevuld met het eigendom van hun woning en het privilege om op de plaatselijke begraafplaats een graf aan te leggen. Deze graven waren van zeer hoge kwaliteit. De werklieden werden om de tien dagen uitbetaald. Het Turijnse stakingspapyrus uit de tijd van Ramses III maakt melding van een staking van de werklieden. Hun loon was niet uitgekeerd en dus legden zij het werk neer.
Het dorp kende ook een eigen rechtbank, ‘kenbet’. Deze rechtbank deed uitspraken over geschillen tussen dorpelingen, maar ook over ernstige delicten zoals diefstal, overspel en moord. Er werd meestal uitspraak gedaan na het raadplegen van het orakel van de vergoddelijkte Amenhotep I.

Uit Deir el-Medina is een schat aan documenten bewaard gebleven. De werklieden, waarvan een groot deel kon lezen en schrijven, noteerden allerlei dagelijkse zaken op ostraca. Dit zijn kalkstenen scherven die vergeleken kunnen worden met moderne notitieblaadjes. Omdat deze ostraka bewaard zijn gebleven, is het mogelijk inzicht te krijgen in het dagelijkse leven in een Oudegyptische nederzetting.
Aan het begin van de Derde Tussenperiode (ca. 1069 v.Chr) kwam er een einde aan de bouw van de koninklijke graven in het Dal der Koningen. Daarom verlieten de werklieden het dorp.

PvG

Bronnen:
- Pharaohs workers - Lesko
- The tomb-builders of the pharaohs - Bierbrier
- Het Dal der Koningen, de graven en graftempels van West-Thebe - K. Weeks