Planten en bloemen in het Oude Egypte
Uit Kemet
Het Egyptische dorre klimaat zorgt ervoor dat het land geen weelderige flora kent. Egypte ligt aan de meest oostelijke punt van de woestijngordel die geheel Noord-Afrika bestrijkt. Deze zone behoort tot de droogste, heetste en onherbergzaamste gebieden ter wereld. Bloemen, planten, heesters en struiken zijn daarom schaars in het huidige Egypte. De landbouwgrond in de Nijldelta en het Nijldal wordt sinds de bouw van de Assoeandam het hele jaar door bevloeid en kent daarom tegenwoordig veel cultuurgewassen. Door het intensieve gebruik van het land is van de oorspronkelijke wilde vegetatie niet veel bewaard gebleven. De meeste planten en boomsoorten die we nu in Egypte aantreffen, zijn in de loop der eeuwen geïmporteerd. Voorbeelden hiervan zijn: de blauwe gomboom (Eucalyptus globulus) uit Australië, de vijgenboom (Ficus carica) uit Anatolië, de granaatappel (Punica granatum) uit Perzië en de bananenplant (Musa) uit India. Zo is bekend dat de limoenboom (Citrus medica L.) door Alexander de Grote uit Medië is meegebracht.
De inheemse lotusplant en de papyrusplant, in de oudheid de symbolen van Opper- en Neder-Egypte, komen bijna nergens meer voor. Wel heeft de dadelpalm (Phoenix dactylifera) vanwege de eetbare dadels, de eeuwen overleefd. Dit geldt ook voor de typisch Egyptische doempalm (Hyphaene thebaica) waarvan de schil van de gedroogde vrucht al in de oudheid als zoete lekkernij werd gegeten.
De lotus was het symbool voor Opper-Egypte. In het Oude Egypte kwamen twee soorten lotusplanten voor: de blauwe lotus (Nymphaea coerulea) en de witte lotus (Nymphaea lotus). Zij worden niet alleen in kleur van elkaar onderscheiden, maar ook in de vorm van de bladeren, de bloei en de geur. De blauwe lotus opent in de ochtend zijn kelk met spitse bloembladeren. Bij zonsondergang sluit de bloem zich weer. De witte lotus opent zijn kelk met ovale bloembladeren juist in de avond en sluit zijn bloem bij zonsopkomst. Vanaf de Late Tijd (664-332 v.Chr.) werd door de Perzen een derde lotussoort geïntroduceerd: de Indische of rode lotus (Nelumbo nucifera).
De papyrusplant (Cyperus papyrus L.) was vanaf het Oude Rijk het symbool voor Neder-Egypte. De plant is vooral bekend vanwege het schrijfmateriaal papyrus, dat ervan werd gemaakt. Daarnaast werd de plant gebruikt als bouwmateriaal voor boten en daken. Ook werden er kistjes, manden en sandalen van gevlochten en werden de jonge scheuten van de plant gegeten. Zowel de papyrus als de lotus speelden een belangrijke rol binnen de Egyptische mythologie. Het determinatief stelt waarschijnlijk een sycomoor voor. Toch worden de namen voor andere boomsoorten ook met dit hiëroglief aangeduid. Ook in schilderingen en gegraveerde reliëfvoorstellingen wordt dit teken gebruikt om er bomen in het algemeen mee weer te geven.Vanaf het Middenrijk wordt in Dodenboekspreuk 17 gesproken over een magische boom of struik ‘iSd.t’ (isjedet). Volgens de mythe zou een exemplaar ervan bij de tempel van de zonnegod Ra in Heliopolis hebben gestaan. De naam van de heilige isjedet moet in het Nieuwe Rijk zijn verward met de naam voor de Isjed-boom ‘iSd’ (isjed). Van deze boom werd gedacht dat de goden de namen van de koningen schreven op de bladeren bij hun kroning en jubileumfestivals. Dit met de bedoeling dat hun naam, en dus hun leven, eeuwig zou worden bestendigd. Dit is te zien in een scène op één van de tempelwanden van het Ramesseum. Sesjat, godin van de schrijvers, staat samen met Thot, de god van wijsheid en schrijvers, afgebeeld. In aanwezigheid van de op een troon gezeten scheppergod Atoem schrijven zij de namen van farao Ramses II op de bladeren van de isjed-boom.
HP
Bronnen: - An Ancient Egyptian Herbal - Manniche - Anch, Blumen für das Leben, Pflanzen im alten Ägypten - Schoske - The Garden in Ancient Egypt - Wilkinson
