Schrijvers in het oude Egypte
Uit Kemet
Als schrijver in het oude Egypte bekleedde men een bijzondere positie, want het merendeel van de bevolking kon niet schrijven. Naar schatting viel maar één procent de eer ten deel om als schrijver te worden opgeleid. Zoals bij vele ambachten het geval was, ging het schrijversvak vaak over van vader op zoon. Egypte was een gecentraliseerde verzorgingsstaat. Zonder schrijvende, rekenende en controlerende ambtenaren was het rijk onbestuurbaar. Alle ambtenaren begonnen hun loopbaan als schrijver. Zij werden hiervoor speciaal opgeleid. In het Oude Rijk gebeurde dit door ambtenaren die het schrijversvak reeds beheersten, in het Middenrijk had men speciale scholen. De prinsenschool, die ‘kap’ werd genoemd, genoot het meeste aanzien. De zonen van farao's en zijn familie, de zonen van de hoogste ambtenaren en speciaal getalenteerde jongens kwamen in aanmerking om te worden opgeleid voor schrijver. De vizier, de hoogste ambtenaar en plaatsvervanger van de farao, had hier de leiding. De leerlingen werden niet alleen in het hiërogliefenschrift onderwezen maar leerden ook hiëratisch. Dit is een sneller, cursiefschrift dat veelal voor documenten werd gebruikt.
De schrijvers waren in dienst van de farao en vervulden als ambtenaar of priester hun taak. Zij hielden de staat op orde door een uitgebreide administratie van werkzaamheden en wetenswaardigheden bij te houden. Naast vakkennis moest een schrijver zich ook verdiepen in de wijsheidsleren en werd hij geacht die na te leven. Met andere woorden: hem werd het juiste gedrag bijgebracht. Rechtvaardigheid tegenover zwakkeren en gehoorzaamheid aan hoger geplaatsten golden als uiterst belangrijke verworvenheden.
Egyptische farao's wisten hoe belangrijk de schrijvers waren en zij behoorden dan ook dikwijls tot de elite. Zij werden gekoesterd en navenant hun werkzaamheden beloond met sieraden uit goud en edelstenen. Schrijvers genoten aanzien onder de bevolking. In het arbeidersdorp Deir el-Medina verzorgde de schrijver alle correspondentie. Hoewel de opzichter alle beslissingen nam, was het de schrijver die alles verwoordde naar de vizier en omgekeerd gaf de schrijver boodschappen van de regering door. Zijn werk hield tevens in dat hij dagelijks over gebeurtenissen van belang rond de graven en in het dorp moest berichten. Hij rapporteerde bijvoorbeeld welke prestaties werden geleverd, welke arbeiders afwezig waren en welke functionarissen de graven bezochten. De vizier ontving hiervan een uittreksel. Ook vervulde de schrijver soms een bemiddelende rol bij conflicten. Wanneer er klachten van de arbeiders waren verwoordde hij hun problemen en bij stakingen probeerde hij ze weer aan het werk te krijgen.Hoewel veel kunstenaars zelf ook konden schrijven, was het uiteindelijk toch de officiële schrijver die het laatste woord had bij het optekenen van de grafteksten. De schrijver was een van de belangrijkste vertegenwoordigers en belangenbehartigers van de regering. Zijn werkzaamheden hielden niet op bij de administratieve werkzaamheden rond de graven. Op vrije momenten was hij in het dorp ook voorhanden om testamenten op te maken, verkoopaktes op te stellen en geloftes af te nemen. Het is niet echt duidelijk in hoeverre dit tot zijn officiële taken behoorde en of hij hier een beloning voor ontving.
Het egyptische woord voor schrijver was
JB
Bronnen: – Pharaoh's Workers – L.H. Lesko – De geheimen van het Oude Egypte – L. Oakes en L. Gahlin – Egypte: mensen, goden, farao's – R.M. Hagen en R. Hagen
