Dit artikel bevindt zich in de categorie: Kunst - Algemeen


Amarnakunst – deel 1

Detail van een beeld van Achnaton,
Egyptisch Museum, Caïro

Aan het begin van de tweede helft van de 18de dynastie, tijdens de regeringsperiode van farao Achnaton en zijn koningin Nefertiti, wijkt de kunst in grote mate af van de traditionele Egyptische kunst. Tijdens deze zogenoemde ‘Amarnaperiode’ (genoemd naar het huidige Tell El-Amarna) kwam de kunst tot een uiterste individualisatie. Ook werd ruimte geboden aan de weergave van spontane, momentgebonden situaties en gevoelens. Daarbij vallen vooral de scènes op van Achnaton samen met zijn vrouw Nefertiti en hun dochters in huiselijke kring. Ook de beelden en portretten vertonen een duidelijke persoonlijke gelaatstrekken. Achnaton vertoont zichzelf met een laag uitgezakte kin en vlezige geprononceerde lippen en amandelvormige ogen.

Voorstellingen waarin een vorm van affectie tot uitdrukking wordt gebracht door een omhelzing van een godheid met de vergoddelijkte farao waren tot dan toe het meest intieme wat de Egyptische kunst te bieden had. Een van de belangrijkste veranderingen die met de Amarnakunst worden doorgevoerd, is het afbeelden van de farao en zijn gezin zoals zij er in werkelijkheid hebben uitgezien. Ook laten zij zich afbeelden in situaties die in de tijd voorafgaand aan de Amarnaperiode afbreuk zouden doen aan de koninklijke waardigheid. Zo zijn er scènes bekend waarbij Achnaton en Nefertiti tegenover elkaar zitten terwijl zij hun kinderen, die bij hen op schoot zijn gezeten, knuffelen.

Achnaton en Nefertiti met drie dochters,
Neues Museum, Berlijn

 

Een verklaring voor de artistieke vrijheid die Achnaton en Nefertiti zich permitteerden in de voorstellingen van hun gezin moet worden gezocht in de religieuze veranderingen die zij op dat moment doorvoerden. Ze beschouwden hun god Aton als de enige zichtbare manifestatie van de levengevende zonnegod Ra. In de reliëfs van de Amarnakunst wordt Aton uitgebeeld als een zonneschijf met stralen die eindigen in menselijke handen. Deze handen reiken positieve hiërogliefen zoals ‘was’ voorspoed of ‘anch’ leven naar de neuzen van het koninklijk echtpaar.

Achnaton en Nefertiti zagen zichzelf als de goddelijke vertegenwoordigers op aarde van de onbereikbare zonnegod aan de hemel. Alleen door het koninklijk echtpaar kon de bevolking van Egypte, die in deze tijd het ‘zonnevolk’ werd genoemd, de Aton bereiken. Om die reden kwam de voorstelling van de uraeus-slang, het goddelijke zonneoog aan het voorhoofd van het koninklijk echtpaar, als een van de weinig symbolen door de strenge religieuze censuur van Achnaton. Zoals voorheen sierde deze cobraslang nog steeds het koninklijke voorhoofd. Ook de als goddelijke koning beschouwde zonneschijf Aton werd van een uraeus voorzien. Zelfs de namen van Aton werden omringd door koninklijke cartouches.

Het raadsel van de Amarnakunst blijft echter welke krachten Achnaton er toe brachten dermate persoonlijk in de kunst in te grijpen dat de vroege periode van zijn regering eerder tot een ‘karikaturale’ weergave van de werkelijkheid leidde dan tot een ‘realistische’. Kennelijk is er toch een groep mensen geweest die hier een esthetisch genoegen aan beleefde, ook al botste dit hevig met alle voorafgaande kunstuitingen. Of waren de karikaturale voorstellingen van het koninklijk echtpaar met hun nog jonge dochters bedoeld om het volk te tonen dat zij vooral anders waren; goddelijk en niet menselijk?

HP

Lees ook: Amarnakunst – deel 2

Bronnen:
– Farao’s van de Zon – R. Freed, Y.J. Markowitz, S.H. D’Auria
– Syllabus: Kunst van het Oude Egypte – H. Pragt