Dit artikel bevindt zich in de categorie: Samenleving - Dagelijks leven


De jacht

Vogelvangst, graf van Chnoemhotep, Beni Hassan

Uit de prehistorie zijn vele afbeeldingen bewaard gebleven van de jacht. Op rotsinscripties, schminkpaletten en vazen van aardewerk zijn vaak jagers te zien die als enige kledingstuk een fallusbuidel droegen. Zij hanteerden pijl en boog en harpoenen. De jacht op woestijndieren, nijlpaarden en watervogels werd beschouwd als het afweren van vijandige machten die de Maät, de wereldorde in Egypte, zouden kunnen bedreigen.

In woestijnen jaagde men op steenbokken, gazellen, antilopen, jakhalzen, hyena’s, vossen en hazen. Oude en verzwakte ossen of schapen dienden als lokaas voor de jacht op leeuwen en luipaarden. Had het roofdier zich hierin vastgebeten, dan liet men er afgerichte windhonden op los en beschoot men het dier met pijlen. Bij vluchtende dieren wierp men een touw met een ronde steen aan het uiteinde rond de poten. Ook werden netten opgesteld waarin de opgejaagde dieren verstrikt raakten. Vele levendige voorstellingen van de jacht op woestijndieren zijn te zien in de graven van de gouwvorsten te Beni Hassan. Het jagen op leeuwen was een voorrecht van de farao. Amenhotep III (1391 – 1353 v.Chr.) maakte in een tekst aan de onderzijde van een gedenkscarabee duidelijk dat hij tijdens een jachtpartij maar liefst 102 leeuwen had gedood.

Vogelvangst en slachtscènes,
graf van Chnoemhotep, Beni Hassan

Het nijlpaard vormde een grote bedreiging voor de opvarenden van de vele papyrusbootjes op de Nijl. Ook kon het agressieve dier grote schade aanrichten aan de oogsten op het land. Groepen mannen met harpoenen joegen daarom in boten op het nijlpaard. Het dier werd verwond en vervolgens zozeer afgemat dat het met lasso’s kon worden vastgebonden.

In de moerassen van de delta werd op verschillende watervogels gejaagd. In een papyrusboot voer men het dichtbegroeide papyrusmoerasgebied in. Men slingerde dan een werphout, een soort boemerang, naar eenden en andere watervogels. Een werphout (ook wel jachthout genoemd) gaat rechtuit en keert niet terug. Het zweeft in hoge snelheid door de lucht en draait daarbij snel rond. Het werphout is daardoor geschikt om er vogels mee te raken. Een andere manier van vogels vangen, gebeurde met een trapeziumvormig klapnet. Een man strekte met een klakkend geluid een doek uit waardoor de vogels van de grond opvlogen. Vrijwel gelijktijdig werd het net door een groep vogelvangers dichtgetrokken.

Naast een aangenaam tijdverdrijf was de jacht op moerasvogels ook een handeling met een magische betekenis. In het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden wordt een werphout van faience bewaard uit de tijd van Toetanchamon. Dit kwetsbare voorwerp werd niet voor praktisch gebruik aangewend, maar diende als amulet in een graf.

HP

 

Bronnen:
– Fish and Fishing in Ancient Egypt – D. Brewr en R. Friedman
– The Oxford History of Ancient Egypt – I. Shaw
– The Mammals of Ancient Egypt – D. Osborn