De kat in het oude Egypte – dagelijks leven

De katgodin Bastet, Roemer-Pelizaeus Museum, Hildesheim.
De katgodin Bastet,
Roemer-Pelizaeus Museum,
Hildesheim.

In de Predynastische Tijd begonnen de Egyptenaren permanente nederzettingen te stichten met onder andere graansilo’s. Dit vormde een eerste aanzet voor interactie met wilde katten. De Egyptenaren leerden de Afrikaanse wilde kat (Felis Sylvestris Libyca) kennen als een goede jager. Ze zagen dat het muizen en ratten doodde, maar ook op gevaarlijke slangen jaagde. Dit was de reden om katten aan te moedigen zich meer tussen de mensen te begeven.

Bij de graansilo’s liepen vele ratten en muizen rond die het graan opaten en gevaarlijke slangen konden zich overal verbergen. Het is niet exact bekend wanneer de eerste Afrikaanse wilde katten zijn gedomesticeerd. Waarschijnlijk gebeurde dit rond 5000 v.Chr., in de Naqada I Periode. De huiskat (Felis Sylvestris Catus) is genetisch sterk verwant aan de Afrikaanse wilde kat.

Vanaf het Middenrijk groeide de huiskat uit tot een volwaardig gezinslid dat zowel een economische status als een status van gezelschapsdier verwierf. In en rondom de huizen kwamen ook veel ratten, muizen en slangen voor, dus de uitbreiding van hun werkterrein van de graansilo’s naar de woonhuizen was een logische stap.

Vanaf de Derde Tussenperiode nam de verering van de kat als goddelijke manifestatie steeds meer toe. Dit blijkt uit de bouw van verscheidene heiligdommen voor de katgodin Bastet. Aan het begin van onze jaartelling (vanaf 30 n.Chr.) verloor het Egyptische geloof echter terrein aan het opkomende Christendom en daarmee nam ook de status van de kat af.

In het Oude Rijk komen katten voor het eerst voor in de hiëroglifische schrijfwijze voor het woord kat   (mioe) dat wordt gedetermineerd met een zittende kat met zijn staart om zich heen gevouwen. Het woord voor kat werd gebruikt in persoonsnamen, maar ook wel in koosnamen voor voornamelijk kinderen.

Bronzen kat, British Museum, Londen.
Bronzen kat,
British Museum, Londen.

Vanaf het Middenrijk krijgen katten en mensen een steeds hechtere relatie, wat te zien is aan de toename van het aantal afbeeldingen van de huisdieren in graven. De relatie tussen katten en mensen was echter anders dan die tussen andere dieren en mensen.

Het ‘werk’ van de katten vereiste dat ze een grote vrijheid hadden in hun komen en gaan en het was dus zeker geen eenzijdige relatie. Het eerste echte driedimensionale beeldje van een kat stamt uit de 12de dynastie en werd gebruikt om olie in te bewaren. Daarna werden er steeds vaker beeldjes en amuletten van katten meegegeven in graven.

Vanaf de 18de dynastie kwamen katten dusdanig vaak voor in grafschilderingen, dat mag worden aangenomen dat ze echt gedomesticeerd waren en een integraal onderdeel van het huishouden vormden.

In graven worden katten vooral afgebeeld in scènes van vis- en vogelvangst, ook wel moerasscènes genoemd, en in scènes waarbij de kat onder een stoel te zien is. Bij de vis- en vogelvangst werden katten niet gebruikt om vogels en vissen terug te brengen naar de grafeigenaar zoals veel wordt gedacht. Ze werden juist ingezet om vogels op te jagen. Wanneer mensen een moeras binnenlopen zullen vogels verschrikt opvliegen en daardoor heeft een jager weinig tijd om zijn werphout te mikken en te gooien. Als katten echter het moeras betreden, zullen vogels in eerste instantie proberen hun nest te verdedigen of de kat af te leiden en daarmee krijgt een jager meer mogelijkheden om te jagen.

In de andere voorstellingen is de kat te vinden onder de stoel van, meestal, de vrouw van de grafeigenaar. Hiermee werd een lege ruimte mooi opgevuld. De kat wordt veelal etend weergegeven, wat een verwijzing vormt naar de goede jachtvaardigheden.

Detail graf Nebamon, British Museum, Londen.
Detail graf Nebamon, British Museum, Londen.

Een mooie voorstelling komt uit het graf van Nebamon (tegenwoordig te zien in het British Museum) waarbij Nebamon op vogeljacht gaat en een kat is afgebeeld, balancerend op twee papyrusstengels. Hij heeft zowel in zijn voorpoten als in zijn achterpoten een vogel gevangen en heeft met zijn bek een derde vogel bij zijn vleugel te pakken.

In het Rijksmuseum van Oudheden wordt een reliëf bewaard uit het graf van Mery-Mery, waar een kat onder de stoel van zijn vrouw Meryt-Ptah is afgebeeld, in dit geval eet de kat echter niets.
Tijdens de Amarnaperiode verdwenen praktisch alle huisdieren uit de kunst ten gunste van voorstellingen van steigerende paarden en militaire activiteiten, maar er kwamen verrassend genoeg ook voorstellingen van dartel kleinvee en opvliegende watervogels.
In het vervolg van het Nieuwe Rijk, na de Amarnaperiode werden katten nog maar zelden afgebeeld in graven. Ze kwamen nog wel voor op decoratieve en gebruiksvoorwerpen zoals op handvatten van spiegels. Ook in sieraden voor vrouwen werden katten veelvuldig uitgebeeld.

MvK

Lees ook: De kat in het oude Egypte – godsdienstig leven

Bronnen:
– The Cat in Ancient Egypt – J. Malek