Dit artikel bevindt zich in de categorie: Farao's - Koningen


Djoser

Zitbeeld van farao Djoser, Egyptisch Museum, Caïro

Farao Djoser was de tweede farao van de 3de dynastie volgens de Koningslijst. Tijdens zijn regeerperiode was hij bekend onder de naam Netjerychet. Over zijn voorganger Nebka is weinig bekend. In de koningslijst van Turijn wordt deze koning genoemd direct na Chasechemoey, de laatste van de 2de dynastie en voor koning Djoser. Ook de koningslijst in de tempel van Sethy I te Abydos en de beroemde koningscanon van Manetho houden deze volgorde aan. Toch is er veel discussie binnen de egyptologie over de volgorde van de eerste vorsten uit de 3de dynastie. De koningslijst uit Sakkara spreekt namelijk over Nebka als de opvolger van koning Sechemchet. Dit zou betekenen dat Djoser toch als de eerste koning van de 3de dynastie moet worden gezien. Opvallend is ook dat de naam van Djoser op de koningslijst van Manetho in rode inkt staat geschreven. Dit betekent dat de troonsbestijging van Djoser een belangrijke gebeurtenis in de Egyptische geschiedenis markeert. Ook komt de naam Netjerychet al voor in het graf van farao Chasechemoey uit de 2de dynastie. Zegels van klei met de naam Netjerychet duiden erop dat Djoser de begrafenisrituelen voor deze vorst heeft uitgevoerd. De naam Nebka komt behalve in twee rotsinscripties in de Wadi Maghara in de Sinaï ook voor op kleizegels gevonden in de dodentempel van Djoser. Ook daaruit zou kunnen worden afgeleid dat deze farao na Djoser geregeerd heeft. De eerste vermelding van de naam Djoser komt pas voor in de Middenrijks papyrus ‘Westcar’. Daar verschijnt de naam van farao Nebka tussen die van farao Djoser en Sechemchet in. Vanaf de Ramessiden Tijd wordt er alleen nog gesproken over Djoser. In graffiti die in het Nieuwe Rijk aangebracht zijn in het piramidecomplex van Djoser te Sakkara komen beide faraonamen voor.

‘Hongersnoodstelè’, Assoean

De ouders van Djoser waren naar alle waarschijnlijkheid koningin Nymaäthapoe en farao Chasechemoey. Lang heeft men gedacht dat de restanten van een mummie, die in 1930 door Jean Philippe Lauer (1902 – 2001) in het grafcomplex onder de trappenpiramide waren gevonden, aan Djoser behoorden. Recente C14-koolstofdatering heeft echter uitgewezen dat deze restanten veel jonger moeten zijn. De regeerperiode van Djoser duurde ongeveer 19 jaar. Er is echter weinig over deze periode bekend. Reeds in de oudheid noemde men zijn heerschappij het begin van een nieuw tijdperk, ook wel ‘de Gouden Eeuw van prestaties en wijsheid’. Voor het eerst werd de farao niet alleen gezien als wereldheerser, maar tevens als leider van het religieuze leven. Hij was de levende god op aarde. Tijdens zijn regering werden voor het eerst monumentale bouwwerken in steen gebouwd, waaronder de trappenpiramide bij Sakkara en een schrijn in Heliopolis. Op gevonden fragmenten van deze schrijn is een afbeelding te zien van Djoser in aanwezigheid van drie vrouwen. Waarschijnlijk zijn moeder en twee dochters, Hetephernebty en Intkaes. In de Sinaï zijn inscripties in de Wadi Maghara gevonden die vertellen over een expeditie die farao Djoser had georganiseerd om er turkoois te delven. Mogelijk is er tijdens het bewind van Djoser sprake geweest van hongersnood. Een stèle op het eiland Sehel bij het huidige Assoean vertelt hierover. Hoewel de stèle in de Ptolemaeën Tijd door priesters is opgesteld als propaganda kan deze een kern van waarheid bevatten. Volgens het opgetekende verhaal wordt Imhotep geraadpleegd. Imhotep genoot hoog aanzien tijdens de regering van Djoser. Zijn naam wordt samen met die van Djoser vermeld op een beeldensokkel. Hij draagt de titel ‘architect van Djoser’ en was verantwoordelijk voor de bouw van de trappenpiramide en het omliggende grafcomplex in Sakkara.

LdJ

Zie ook de koningskaart voor meer informatie over deze farao.

Bezoek ook www.saqqara.nl

Bronnen:

– De schatten van de piramiden – Z. Hawass
– The Encyclopedia of the egyptian pharaohs – D. Baker
– Kroniek van de farao’s – P.A. Clayton
– A history of Ancient Egypt – N. Grimal
– Monarchs of the Nile – A. Dodson