Dit artikel bevindt zich in de categorie: Graven - Rotsgraven


Het graf van Pasjedoe

Boomgodin Noet schenkt een plengoffer over Pasjedoe

Direct ten westen van het arbeidersdorp Deir el-Medina in Loeksor liggen op een helling de graven van de ambachtslieden die werkten in het Dal der Koningen. Deze arbeidersgraven zijn direct in de rotsen uitgehakt. In de graven werden hele gezinnen begraven. Een van die graven is van de arbeider Pasjedoe (TT 3). Zijn graf ligt zo’n 50 meter de heuvel op, gemeten vanaf de graven van Sennedjem (TT 1 ) en Inherchaoep[ (TT 359). Het graf stamt vermoedelijk uit het begin van de regeerperiode van Ramses II uit de 19de dynastie.

Het graf van Pasjedoe bestaat uit een smalle, steile trap van 29 treden die leidt naar een voorvertrek. Vervolgens leidt een korte gewelfde doorgang naar de gewelfde grafkamer. Op de wanden van deze doorgang zijn twee Anoebis-jakhalzen geschilderd. In de grafkamer, boven de doorgang strekt de god Ptah-Sokar-Osiris in de gedaante van een valk zijn vleugels uit. Hij wordt beschermd door een oedjat-oog boven hem. In de rechterhoek knielt Kaha, een zoon van Pasjedoe voor de godheid. In de linkerhoek knielt de andere zoon, Menna, voor de goden die op het gewelfde plafond van de grafkamer zijn afgebeeld. Rechts van de doorgang in het bovenste register wordt Noet als boomgodin afgebeeld. Vanuit de takken van de sycomoor schenkt de hemelgodin een plengoffer over Pasjedoe.

Doorgang met Anoebis en de grafkamer met registers met familieleden in aanbidding

Op de rechterwand naast de doorgang van de grafkamer zijn in drie registers verschillende familieleden van Pasjedoe aangebracht. In het bovenste register zijn Pasjedoes vader Menna, zijn moeder Hoey, twee zonen en een collega genaamd Nefersecheroe afgebeeld. Opvallend is dat de vader van Pasjedoe met grijs haar is afgebeeld. In het tweede register worden de schoonouders en nog een ander familielid van Pasjedoe afgebeeld. De drie personen hebben peper-en-zoutkleurig haar. Dit was misschien een manier om aan te tonen dat zij een gevorderde leeftijd hadden maar jonger waren dan de vader van Pasjedoe. In het onderste register zijn de kinderen van Pasjedoe en Nedjembehdet afgebeeld.

Aan de linkerzijde van de doorgang is Pasjedoe onder een doempalm aan de rand van een vijver te zien. Achter hem staan 21 tekstkolommen waarvan er 16 afkomstig zijn uit Dodenboek spreuk 62. Deze gaan over het water drinken in het domein van de godheid. De tekst staat vol met schrijffouten. Op de zuidwand staan Pasjedoe, zijn echtgenote, een zoon en kleindochter in aanbidding tegenover Horus. Op de wand staat in vijftig kolommen een tekst uit spreuk 78 van het Dodenboek. Op de noordwand staat Pasjedoe voor de goden Ra-Horachte, Atoem, Chepri en Ptah. Op het gewelfde plafond zijn aan beide zijden acht goden afgebeeld. Aan de rechterzijde zijn dat Osiris, Thot, Hathor, Ra-Horachte, Neith, Selket, Anoebis en Wepwaoet. Links zitten de goden Osiris, Isis, Noet, Noen, Nephtys, Geb, Anoebis en Wepwaoet. In de ruimte tussen de goden staan 40 kolommen tekst uit spreuk 181 van het Dodenboek. Deze tekst gaat over de gang naar het tribunaal van Osiris en de goden die over het Dodenrijk heersen. Ook deze tekst staat vol met schrijffouten. Op de achterwand is de god Osiris zittend op een troon afgebeeld. Achter hem bevindt zich de berg van het westen.

Pasjedoe, zijn echtgenote, een zoon en een kleindochter in aanbidding

Over Pasjedoe is slechts weinig bekend. Vermoedelijk was hij het eerste lid van zijn familie die in Deir el-Medina woonde. Zijn vader was een ambachtsman voor Amon en was mogelijk werkzaam in de tempel van Karnak. Pasjedoe was een steenhouwer en verantwoordelijk voor het uithakken van de ruimtes van de graven in het Dal der Koningen. In Deir el-Medina bevindt zich een kapel van ‘de voorman van de linkerkant’ Pasjedoe en zijn echtgenote Nedjembehdet. Aannemelijk is dat Pasjedoe tijdens zijn leven promotie maakte en een van de hoogste posities in het dorp heeft gehad. Deze titel wordt echter niet in het graf van Pasjedoe genoemd, wellicht omdat hij deze functie pas in zijn laatste levensjaren heeft vervuld. Als zijn graf toen al voltooid was, heeft hij mogelijk genoegen genomen met een kapel waarin zijn hogere titel werd beschreven. Een andere mogelijkheid is dat er wel een begin gemaakt werd met een ander graf dat meer in overeenstemming was met zijn positie, maar dat dit graf niet genoeg voltooid was bij zijn overlijden.

Het graf van Pasjedoe werd in 1834 door Egyptische soldaten ontdekt. Zeer waarschijnlijk was het graf al in de oudheid geplunderd omdat er geen grafgiften gevonden zijn. Er is alleen een fragment van een Dodenboek-papyrus bekend, dat in het British Museum in Londen wordt bewaard. De Schotse egyptoloog Robert Hay (1799 – 1863) bezocht het graf vlak na de ontdekking. Hij documenteerde het graf en tekende in detail de stenen sarcofaag die oorspronkelijk voor de oostwand stond. Kort daarna werd deze sarcofaag vernield door grafrovers. Er zijn alleen enkele fragmenten bewaard gebleven.

JR

Bronnen:
– Het Dal der Koningen, de graven en graftempels van West-Thebe – (Red.) Kent R. Weeks
– De schatten van Luxor en de Vallei der Koningen – Kent. R. Weeks
– Dal der koningen – Alberto Siliotti