Dit artikel bevindt zich in de categorie: Farao's - Koningen


Merenptah

Merenptah met menes-hoofddoek, Egyptisch Museum, Caïro

In regeringsjaar 67 overlijdt de farao Ramses II, op ongeveer 92-jarige leeftijd. Zijn dertiende zoon Merenptah volgt hem op en wordt zo de vierde koning van de 19de dynastie volgens de Koningslijst. Merenptah was toen al op gevorderde leeftijd. De laatste jaren van Ramses II waren heel vreedzaam, maar dat veranderde aan het begin van de regeerperiode van Merenptah zeer snel. Waarschijnlijk kwamen de gebieden in Syro-Palestina in opstand, maar deze bliksemrevolutie werd snel de kop ingedrukt. De Hethieten werden vanuit het noorden aangevallen door de Zeevolkeren. Een mislukte oogst zorgde ervoor dat de Hethieten Merenptah herinnerden aan een door Ramses II gesloten verdrag. Daarin stond dat de twee grootmachten elkaar in tijden van nood zouden ondersteunen. Merenptah hield zich aan het verdrag en stuurde graan naar het noorden om zo de Hethieten te ondersteunen.

Deksel van sarcofaag Merenptah, Dal der Koningen, Loeksor

Er was ook onrust aan de westelijke grens. De onruststokers waren de Libiërs die al een aantal jaar de Delta aan het infiltreren waren. In het 5de regeringsjaar, 1207 v.Chr., vielen zij met hulp van de zogenaamde Zeevolkeren Egypte binnen. Een snelle mobilisatie en actie van het Egyptische leger vernietigde de Libiërs compleet. Nubië steunde de aanval van de Libiërs, maar deze opstand werd zonder veel moeite onderdrukt. Merenptah had met de militaire campagne in zijn 5de regeringsjaar goed duidelijk gemaakt dat – ondanks zijn gevorderde leeftijd – rebellen niet aan de veiligheid van Egypte moesten tornen. Direct aan het begin van zijn regeerperiode begon Merenptah met de bouw van zijn dodentempel en zijn graf in het Dal der Koningen (KV 8). De opzet van de dodentempel was gelijk aan die van zijn vader Ramses II, het Ramesseum, echter kleiner van omvang. Merenptah was niet vies van het usurperen (toe-eigenen) en het gebruiken van bouwwerken van zijn voorgangers. De dodentempel van Amenhotep III werd door zijn arbeiders dan ook intensief als groeve benut. En een stèle uit de tempel van Amenhotep III werd hergebruikt voor zijn Overwinnings- of Israelstèle.   In 1202 v.Chr. overleed Merenptah. Zijn troonsopvolging verliep niet geheel volgens plan. Want niet kroonprins Sethy-Merenptah maar een relatief onbekende, Amenmesse, werd de volgende farao. Amenmesse heeft vermoedelijk de macht gegrepen toen Sethy-Merenptah niet in de residentie aanwezig was. In 1201 v.Chr. komt de rechtmatige troonopvolger van Merenptah, Sethy-Merenptah als Sethy II op de troon. Hij heeft er alles aan gedaan om de nalatenschap van zijn voorganger te vernietigen.
Het graf van Merenptah heeft dankzij de relatief hoge ligging weinig schade ondervonden van modderstromen die het dal soms teisterden en die vooral aan het graf van Ramses II veel schade hebben toegebracht. De tombe werd waarschijnlijk al in de oudheid geplunderd, maar ook de priesters uit de 21ste dynastie hebben een groot deel van de grafinventaris hergebruikt. Een van de granieten sarcofagen van Merenptah werd hergebruikt in het graf van Pasebachanioet I (door de Grieken Psoesennes I genoemd). Deze sarcofaag werd door Pierre Montet in 1939 in Tanis teruggevonden. De mummie van Merenptah is door de priesters uit de 21ste dynastie herbegraven in de cachette in het graf van Amenhotep II (KV 35). Zijn mummie bevindt zich tegenwoordig in het Egyptisch Museum in Caïro.

PvG

Zie ook de koningskaart voor meer informatie over deze farao.

Bronnen:
– War in ancient Egypt – A.J. Spalinger
– The great Karnak inscription of Merenptah – C. Manassa
– The date of war scenes on the south wall of the great Hypostyle hall and
the west of the Cour de la cachette at Karnak – P.J. Brand
– Merenptah’s Canaanite Campaign – Yurco in JARCE 23 (1986)
– The Complete Royal Families of Ancient Egypt – A. Dodson en D. Hilton
– Chronicle of the Pharaohs – P.A. Clayton