Dit artikel bevindt zich in de categorie: Samenleving - Dagelijks leven


Meubilair

Kistje gevuld met linnen, Metropolitan Museum of Arts, New York

De oude Egyptenaren beschikten over ongeveer hetzelfde meubilair als wij. In de meeste huishoudens waren stoelen, krukjes en bedden aanwezig. Alhoewel, kasten met deuren en laden zoals wij die kennen, gebruikten de oude Egyptenaren niet. Zij gaven voor het opbergen van huisraad en kleding de voorkeur aan makkelijk te vervoeren rechthoekige kisten in diverse formaten. Deze kisten hadden verschillende vormen van deksels. Sommige deksels waren vlak, andere hadden de vorm van een zadeldak, weer andere waren bol of liepen schuin af. Dit hing samen met de functie van de kisten. Wanneer zij waren bedoeld om te worden achtergelaten in een graf, vertoonde het deksel vaak de vorm van het dak van een tempel of godenschrijn. Meestal werden kisten afgesloten met een stuk touw dat om twee knoppen werd gebonden. Wanneer de kisten werden gebruikt als grafinventaris werd het touw verzegeld met een stukje klei.

Vanuit de taboeret, een eenvoudig krukje met vier poten, ontwikkelde zich in de loop der tijden de stoel zoals wij die ook kennen. Sommige waren eenvoudig met een zitting van geweven touw of leer en een rechte rugleuning. Andere exemplaren waren luxer, met een gebogen zitting en zachte kussens. Klapstoeltjes werden ook veel gebruikt, vooral tijdens reizen en bij militaire campagnes.

Egyptische bedden waren tamelijk kort. Ze liepen meestal licht naar beneden af richting het voeteneind. Het voeteneinde werd meestal voorzien van een plank met houtsnijwerk, soms versierd met afbeeldingen van de god Bes of de godin Taweret. Net als bij de zittingen van stoelen bestonden bedbodems uit een vlechtwerk van stroken leer of touw. Bij de eenvoudige bedden werden deze stroken simpelweg rondom het frame gebonden. Bij de luxere uitvoeringen werden gaten in de ombouw van het bed geboord waar de stroken doorheen werden geknoopt. Het hoofd rustte niet op een kussen, maar op een halvemaanvormige neksteun.

Stoel- en beddenpoten hadden dikwijls de vorm van stieren- of leeuwenpoten, gesneden uit hout of ivoor. Stoelen werden vaak voorzien van nog meer diermotieven, zoals bijvoorbeeld een zitting van luipaardvel. Een mooi voorbeeld hiervan is een klapstoeltje dat is gevonden in het graf van Toetanchamon. De ebbenhouten zitting is ingelegd met ivoor waardoor een motief is ontstaan van de gevilde huid van een luipaard. De poten van het stoeltje zijn voorzien van prachtig gestileerde ganzenkopjes.

Oud-Egyptische stoel, Rijksmuseum van Oudheden, Leiden

De kleuren wit, rood of donkergeel werden gebruikt voor de afwerking van meubels voor dagelijks gebruik. Meer bijzondere meubelstukken kregen vaak van een laagje bladgoud of bevatten inlegwerk van ebbenhout, ivoor, faience en halfedelstenen.

Verfstof werd direct op het hout van een meubelstuk aangebracht. Wanneer dat van slechte kwaliteit was, werkte men de oneffenheden weg met een laagje linnen doek en gips of met een dun laagje gesso. Ook bij het vergulden werd gesso als ondergrond gebruikt. Dunne laagjes bladgoud werden direct in de natte gesso gelegd. Dat droogde op onder het bladgoud en diende zo als een soort lijmlaag. Dikkere bladgoud- of zilverlagen en inlegwerk van ebbenhout en ivoor werden vastgezet met kleine pinnetjes.

Een slechtere kwaliteit hout werd wel verdoezeld met een laag fineer. Om het houtwerk te beschermen, werd vanaf de 18de dynastie gebruik gemaakt van een transparant vernis. Deze heldere lak werd gemaakt van hars en olie. Zwarte lak werd gemaakt door bruine teer, verkregen door verhitting van hout, met het aardolieproduct bitumen te mengen. Deze lak werd tijdens het Nieuwe Rijk gebruikt om er houten mummiekisten of beelden van Osiris, de god van het dodenrijk, mee te bestrijken.

LdJ

Bronnen:
– Egyptian Woodworking and Furniture – G. Killen
– Leven in het Oude Egypte – E. Strouhal
– People of the Pharaos – H. Wilson