Dit artikel bevindt zich in de categorie: Kunst - Voorwerpen


Het Narmerpalet

Voorzijde van het Narmerpalet, Egyptisch Museum, Caïro

Het beroemde palet van Narmer is gevonden in 1898 door James Quibell vlak bij de tempel in Hiërakonpolis. Het palet wordt gedateerd rond 3.000 voor Christus. Hoewel het palet behoort tot de categorie schminkpaletten, dat wil zeggen een palet voor het mengen van cosmetica, is het als zodanig waarschijnlijk nooit gebruikt. Waarschijnlijk was het louter bestemd voor ceremoniële doeleinden. Het palet is voor de Egyptische kunstgeschiedenis een onmiskenbaar toonaangevend object vanwege zijn betekenis en symboliek. Het is niet alleen een van de eerste objecten waarop hiërogliefen waarneembaar zijn, maar het geeft tevens de eenwording van het Egyptische rijk weer met scènes waarin de vijand wordt verslagen door de koning. De koning op het palet is Narmer, de eerste koning van de 1ste dynastie.

Het palet heeft een voor- en achterzijde en beide zijden zijn verdeeld in een aantal registers. Op zowel de voor- als de achterzijde wordt in de bovenste register de naam van koning Narmer weergegeven in een serech, het bovenaanzicht van het paleis gecombineerd met het vooraanzicht ervan. De serech wordt aan weerszijden geflankeerd door de kop van een koegodin, waarschijnlijk de godin Bat of misschien zelfs Hathor voorstellend.

De voorzijde van het palet bestaat uit een drietal scènes. In de eerste scène is de koning afgebeeld, terwijl hij de overwonnen vijanden inspecteert. Koning Narmer draagt in deze scène de rode kroon van Neder-Egypte en in zijn handen houdt hij een scepter en een knotskop vast. Hij is blootsvoets. Waarschijnlijk wijst dit laatste op een ritueel. Zijn sandalen worden gedragen door de koninklijke sandalendrager, die achter hem staat. De persoon met de lange haren die vóór Narmer staat, heeft het bijschrift ‘tjet’. Het is niet duidelijk of dit zijn naam is of dat het een titel betreft. Hij draagt een luipaardvel over zijn schouder en borst waardoor de mogelijkheid bestaat dat hij een priester is.  Ook is het goed mogelijk dat hij de vizier van Narmer is. Het woord tjet zou de vroegste schrijfwijze van het Egyptische woord tjaty kunnen zijn, wat vizier betekent. Vóór de koning staat een viertal standaarddragers. Op de standaards staan de emblemen van Egyptische gouwen weergegeven. De dragers ervan kunnen mogelijk worden beschouwd als de predynastische lokale heersers en bondgenoten van Narmer. De onthoofde lichamen van de vijanden van Narmer zijn met de armen vastgebonden en hun afgehakte hoofden liggen tussen de voeten. Links boven de onthoofde lichamen zijn een deurvleugel en een vogel, mogelijk een zwaluw, afgebeeld. Rechts daarvan wordt een bark getoond met daar boven een valk. Deze groep van symbolen wordt uitgelegd als ‘het openen (door de koning) van de Grote deur van Boeto’.

Achterzijde van het Narmerpalet, Egyptisch Museum, Caïro

In het midden aan de voorzijde van het palet staat een scène die in het algemeen wordt beschouwd als de eenwording van Egypte. Hier staan twee mythologische slangenhalspanters, waarvan de nekken met elkaar verstrengeld zijn, afgebeeld. De dieren zijn allebei aangelijnd tezamen met hun begeleiders. Met deze begeleiders wordt waarschijnlijk Narmer in zijn functie als koning van zowel Opper- als Neder-Egypte bedoeld.

In het onderste register is een stier afgebeeld die de koning voorstelt. Hij vertrapt een gevallen vijand met zijn hoeven en met zijn horens ramt de stier de stadsmuren. Het woord stad wordt mogelijk gelezen als ‘styw’, de Aziaten.

Op de achterzijde domineren twee scènes het palet. Ook hier wordt de koning weer afgebeeld, maar nu heel groot, klaar om met een peervormige knotskop in zijn rechterhand de vijand neer te slaan terwijl hij met zijn linkerhand deze vijand aan de haren vasthoudt. Boven de vijand zweeft in de rechterbovenhoek de valk Horus, de god van Opper-Egypte. Met een mensenhand houdt Horus een lijn vast. Die lijn is bevestigd aan een mensenhoofd, dat verbonden is met een landtong waaruit papyrus, de plant van Neder-Egypte, groeit. De koning draagt hier de witte kroon van Opper- Egypte en ook hier is de koning weer blootsvoets. De koninklijke sandalendrager staat ook hier, net zoals op de voorzijde, achter de koning.

In de onderste scène op de achterzijde zijn twee verslagen vijanden afgebeeld met links een plattegrond van een stad of een fortificatie. Voor de figuur rechts is een teken te zien dat in het hiërogliefenschrift de klankwaarde ‘sa’ heeft wat bescherming betekent. Het stelt een samenbundeling van papyrus voor dat door opvarenden op een boot als reddingsboei werd gedragen. Op basis hiervan is deze voorstelling uitgelegd als de oudste weergave van zwemmen. De vijanden van Narmer vluchten mogelijk de bittermeren van de Nijldelta in.

YB

Bronnen:
-From Egypt to Mesopotamia – S. Mark
-Before the Pyramids – E. Teeter
The Prehistory of Egypt – B. Midant-Reynes