Dit artikel bevindt zich in de categorie: Farao's - Koningen


Pianchy, de eerste zwarte farao

Tijdens de Derde Tussenperiode was Egypte politiek verdeeld en verwikkeld in interne twisten tussen verschillende koningshuizen. Er ontstond in die periode een nieuwe lijn van heersers in het zuidelijke Nubië, die de autonome macht van het koninkrijk van Koesj herstelde. Na eeuwen van onderdrukking door Egypte, ontwikkelden deze Nubische heersers steeds meer de ambitie om zelf te regeren over de beide landen. De eerste van hen was de zwarte farao Pianchy. Hij was de grondlegger en eerste farao van de 25ste dynastie (ca. 752 – 656 v.Chr.) volgens de Koningslijst. Voor deze machtsovername had zijn vader Kasjta het gebied tot aan het huidige Assoean weten te veroveren. Dit staat vermeld op een stèle die ter ere van Chnoem was opgericht op het eiland Elefantine.

overwinningsstèle Pianchy

De overwinningsstèle van farao Pianchy, Egyptisch Museum, Caïro

De eerste zwarte farao’s regeerden vanuit Napata, de oorspronkelijke Nubische residentiestad ter hoogte van de vierde cataract in de Nijl. Zij zagen zichzelf als ware Egyptenaren en onderhielden daarom de belangrijke tradities uit het oude Egypte. Zo was er in aan de voet van de ‘Reine berg’, een heuvel die tegenwoordig bekend staat als Gebel Barkal, een grote tempel ter ere van de Egyptische hoofdgod Amon. Over de eerste twintig jaar van de regeerperiode van Pianchy is weinig bekend. Totdat hij rond 728 v.Chr. in actie kwam tegen de expansiedrift van Tefnacht, de prins van Saïs, in de Delta. Tefnacht had een alliantie gesloten met vier andere heersers in de Delta. Gezamenlijk trokken ze zuidwaarts en wisten Herakleopolis, het oude Henes, te veroveren. Zo breidde de macht van de alliantie zich uit naar Midden-Egypte. Ook Nimlot,de heerser van Hermopolis, schaarde zich aan de kant van Tefnacht. Toen greep Pianchy in. Tijdens zijn 21ste regeringsjaar verzamelde hij zijn troepenmacht in Egypte en rukte noordwaarts op. Onderweg veroverde hij diverse steden. Hij heroverde Hermopolis en trok verder naar het noorden. De leider van Herakleopolis capituleerde en verwelkomde de Nubische bevrijders. Ook andere steden gaven zich zonder strijd over aan de troepen van Pianchy. Alleen Memfis bood weerstand en sloot de poorten. Pianchy ondernam actie door alle boten in de haven van Memfis in beslag te nemen. Van de masten liet hij ladders maken. Zo konden zijn soldaten over de stadsmuren klimmen. Het werd een heftige strijd met veel verliezen, maar uiteindelijk won Pianchy. Hij verscheen in de grote tempel van Ptah om zijn overwinning te claimen.

Nu Pianchy zuidelijk Egypte en de hoofdstad Memfis in handen had, konden de heersers uit de Delta niet anders dan zich overgeven. De heerschappij van Pianchy over heel Egypte was een feit en hij kon huiswaarts keren. Hij stopte alleen nog in Thebe om offers te brengen in de tempel van Amon. Tevens zorgde hij dat zijn zuster, Amenirdis I, ‘geadopteerd’ werd als opvolgster van de huidige Godsvrouwe van Amon, Sjepenwepet. Zo verzekerde hij zich van de Koesjitische invloed op de macht van de Amonpriesters in de Thebaanse regio. Eenmaal terug in Napata heeft hij nooit meer een voet in Egypte gezet.

Soedan

De grafkamer van farao Pianchy in Opper-Nubië

Ter ere van zijn succes, richtte Pianchy een stèle op in de tempel van Amon bij Gebel Barkal. Hierop staat een uitgebreid verslag van de gebeurtenissen. Deze roze granieten stèle bevindt zich nu in het Egyptisch Museum in Caïro. De stijl van de tekst en de formuleringen op deze zogenaamde ‘Overwinningsstèle’ is vergelijkbaar met de teksten op oudere Egyptische monumenten. Dit is typerend voor de 25ste dynastie. Alle teksten uit deze periode grijpen terug naar oude voorbeelden, alsof de Nubische heersers op die manier wilden benadrukken dat ze respect hadden voor het Egyptische geloof en de tradities.

Pianchy had vijf echtgenotes en kreeg bij hen zes dochters en drie zonen. Aan het eind van zijn leven kon hij tevreden terugkijken op zijn behaalde successen. Hij maakte van een klein koninkrijk in Nubië een rijk van formaat dat zich uitstrekte van de vierde cataract tot aan de Middellandse Zee. Door de hereniging van Egypte kwam er een einde aan bijna 300 jaar van politieke verdeeldheid en instabiliteit in het land. Pianchy stierf tijdens zijn 31ste regeringsjaar, rond 721 v.Chr. Hij werd begraven in El-Koerroe, even ten zuiden van Gebel Barkal. Ook bij zijn begrafenis werden de Oudegyptische tradities in ere gehouden. Zo was zijn graf in de vorm van een piramide. Hij werd gebalsemd en gemummificeerd en in zijn graf werden sjabti’s en andere grafgiften bijgezet. In twee gevallen hield hij echter vast aan de Nubische tradities. Zo werd zijn mummie in het graf op een bed gelegd en vlakbij zijn piramide werd een aantal paarden, erg geliefd door de Nubiërs, begraven om hun meester in het hiernamaals te vergezellen.

Farao Pianchy werd opgevolgd door zijn broer Sjabaka. Hij heroverde heel Egypte en werd de eerste farao van de 25ste dynastie van een herenigd Egypte.

JR

Zie ook de koningskaart voor meer informatie over deze farao.

Bronnen:
– The illustrated dictionary of ancient Egypt – I. Shaw en P. Nicholson
– Lives of the ancient Egyptians – T. Wilkinson
– The Complete Royal Families – A. Dodson en D. Hilton
– Chronicle of the pharaohs – P.A. Clayton
– Het oude Egypte – T. Wilkinson
– Rijk der Farao’s: Opper Nubië – H. Schoens en H. Pragt
– Foto grafkamer van Pianchy – Hans Schoens