Dit artikel bevindt zich in de categorie: Samenleving - Flora en Fauna


Planten en bloemen in het oude Egypte

Tegelfragment met alruin, Brooklyn Museum of Art, New York

Het Egyptische dorre klimaat zorgt ervoor dat het land geen weelderige flora kent. Egypte ligt aan de meest oostelijke punt van de woestijngordel die geheel Noord-Afrika bestrijkt. Deze zone behoort tot de droogste, heetste en onherbergzaamste gebieden ter wereld. Bloemen, planten, heesters en struiken zijn daarom schaars in het huidige Egypte. De landbouwgrond in de Nijldelta en het Nijldal wordt sinds de bouw van de Assoeandam het hele jaar door bevloeid en kent tegenwoordig veel cultuurgewassen. Door het intensieve gebruik van het land is van de oorspronkelijke wilde vegetatie niet veel bewaard gebleven. De inheemse witte iris en de papyrusplant, in de oudheid de symbolen van Opper- en Neder-Egypte, komen tegenwoordig bijna nergens meer voor. In het oude Egypte kwamen ook twee soorten waterlelies voor. Vanaf de Late Tijd werd door de Perzen de rode lotus geïntroduceerd. Ook deze twee waterplanten komen nauwelijks nog voor in het huidige Egypte.

 

Stierkalf in het struikgewas, tegelfragment, Louvre, Parijs

Stierkalf in het struikgewas, tegelfragment, Louvre, Parijs

 

De papyrusplant (Cyperus papyrus L.) is vanaf het Oude Rijk het symbool voor Neder-Egypte. De papyrus is een rietsoort uit de familie van schijngrassen (Cyperaceae). De plant is vooral bekend vanwege het schrijfmateriaal dat ervan werd gemaakt. De plant werd in het oude Egypte echter voor veel meer doeleinden gebruikt. Zo werden de jonge scheuten als voedsel gebruikt. En dienden de stengels als dakbedekking en werden ze gebruikt bij de bouw van boten. Ook werd touw vervaardigd uit de vezels. Zelfs manden, kistjes en sandalen werden uit papyrus gevlochten. In de Egyptische mythologie speelde de papyrus een belangrijke rol. Het woord voor papyrus is ‘mehyt’ en stond als moerasplant symbool voor al het nieuwe leven dat uit het oerwater voortkwam. Daarnaast werd de voorstelling van een papyrusstengel ‘waadj’ gebruikt om er het begrip groen, fris en bloeien mee te uit te drukken. De papyrusplant werd daarmee gezien als een symbool voor het nieuwe leven en jeugdigheid. Godinnen houden vaak zo’n papyrusstengel in hun handen. Daarnaast geloofden de Egyptenaren dat de hemel werd gedragen door zuilen van papyrus. De koegodin Hathor draagt, als de godin van de hemel, vaak een bundel papyrus tussen haar koeienhoorns. De bundel papyrus neemt dan de plaats in van de zonneschijf.

In Oudegyptische liefdespoëzie wordt vaak gesproken over  alruin (Mandragora officinalis L.). Vanaf de 18de dynastie wordt deze plant regelmatig weergegeven als tuinplant in grafschilderingen. Alruin is via het gebied van Syrië en Palestina in Egypte geïntroduceerd. De eivormige gladde besvruchten lijken enigszins op tomaten, maar worden geel of oranje van kleur wanneer ze rijpen. Deze bessen zijn sappig en hebben een zoete geur. ze bevatten echter toxische alkaloïden die een hallucinerende uitwerking hebben.

HP

Bronnen:
– An Ancient Egyptian Herbal – L. Manniche
– Anch, Blumen für das Leben, Pflanzen im alten Ägypten – S. Schoske
– The Garden in Ancient Egypt – T. Wilkinson