Het Egyptische Dodenboek – spreuk BD1

Het Egyptische Dodenboek ontstond aan het begin van het Nieuwe Rijk. Het bestaat uit een verzameling van religieuze en magische spreuken en bijbehorende afbeeldingen die de overledenen hielpen bij de overgang naar het hiernamaals. Lees ook het artikel met een introductie tot het Dodenboek.

Vel 4 met de eerste twee horizontale registers van Spreuk BD1 van het Dodenboek van Pakerer.
Vignet bij spreuk BD1 van het Dodenboek van Pakerer.
RMO, Leiden.

De verschillende exemplaren van het dodenboek bevatten vrijwel altijd spreuk BD1 die bekend staat als ‘spreuk voor het uitgaan bij dag’. Deze spreuk verwijst naar de ziel van de overledene die bij zonsondergang samen met de zonnegod Ra aan de nachtelijk reis door het lichaam van de hemelgodin Noet begint en de volgende ochtend wordt wedergeboren.

In het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) in Leiden bevindt zich het Dodenboek van Pakerer. Hij was een ambtenaar in Memfis in het Nieuwe Rijk. Rond 1250 v.Chr. werd hij begraven in Sakkara.

De bovenstaande voorstelling bevindt zich op vel 4 van het dodenboek van Pakerer. Het bestaat uit drie horizontale registers. In het bovenste register links slepen drie mannen het grafbeeld van Pakerer voort. In het midden trekken drie andere mannen de kanopenkist voort met daarop een jakhalsfiguur van de god Anoebis. Voor de kist loopt een sem-priester in een luipaardvel die een offer van wierook en water aan de kist geeft. Rechts zijn klaagvrouwen te zien en naakte kinderen die zuigelingen dragen.

Het tweede register toont collega’s van Pakerer. Voor hen trekken vier koeien een bark voort met de mummiekist van de overledene. Op de voor- en achterplecht staan de beschermgodinnen Isis en Nephtys. Ook hier is een sem-priester te zien die offers brengt. Rechts zijn de laatste riten bij het graf te zien.

Boven de deur van de ingang van het graf is een kleine piramide te zien, die vaak op het dak van privé-graven stond. Voor de ingang houdt een priester de mummie overeind, zodat de weduwe van Pakerer, Ioey genaamd, afscheid van hem kan nemen. Achter haar wordt een offer gebracht en leest een voorleespriester de rituele teksten voor uit een papyrus. Het onderste register is zwaar beschadigd en bevat in elk geval een klaagvrouw en een priester.

Naast het Dodenboek van Pakerer, biedt ook het bekende Dodenboek van Ani een prachtige weergave van spreuk BD1.

Spreuk BD1 en vignet van het Dodenboek van Ani.
British Museum, Londen.

Het hierboven getoonde vignet op vel 5 van het Dodenboek van Ani toont de rouwstoet op weg naar het graf. In het midden is een boot met daarop een baar met de mummiekist van Ani te zien. Zijn rouwende vrouw Toetoe zit naast hem. Linksboven dragen de dienaren van Ani zijn meubilair mee naar het graf.

Een deel van de spreuk luidt:
Gegroet zijt gij, stier van het Westen, zo spreekt Thot, de koning van de eeuwigheid, over mij. Ik ben de grote god, de beschermer. Ik heb voor u gestreden, want ik ben een van die goden van het tribunaal die Osiris rechtvaardigden tegen zijn vijanden op die dag van het oordeel.

Ik behoor tot uw gezelschap, Oh Osiris, want ik ben een van die goden die de kinderen van Noet vormden, die de vijanden van Osiris versloegen en die degenen gevangenzetten die tegen hem in opstand kwamen…

Ik ben de sem-priester in zijn functie. Ik ben de meester-ambachtsman op de dag van het plaatsen van de bark van Sokar op zijn slede. Ik ben hij die de handhak neemt op de dag van het omwoelen van de aarde in Heracleopolis.

Spreuk BD1 en vignet van het Dodenboek van Ani.
British Museum, Londen.

Op het hierboven getoonde vignet op vel 6 zien we de begrafenisceremonie. Een deel van de spreuk luidt:

‘Oh, jij die de volmaakte zielen hebt doen naderen tot het huis van Osiris, moge jij de voortreffelijke ziel van Ani doen naderen met jou tot het huis van Osiris. Moge hij horen zoals jij hoort, moge hij zien zoals jij ziet, moge hij staan zoals jij staat, moge hij zitten zoals jij zit… ,moge jij brood en bier in alle seizoenen geven aan de ziel van Ani, die gerechtvaardigd is bij alle goden van de Thinitische gouw, en die gerechtvaardigd is bij jou.

Oh, jij die een pad opent en wegen opent voor de volmaakte zielen in het huis van Osiris, open een pad voor hem, open wegen voor de ziel van Ani in jouw gezelschap. Moge hij vrij binnengaan, moge hij in vrede naar buiten gaan uit het huis van Osiris, zonder te worden afgewezen of teruggedreven.
Moge hij begunstigd binnengaan, moge hij geliefd naar buiten komen, moge hij gerechtvaardigd zijn, moge zijn bevelen worden uitgevoerd in het huis van Osiris. Moge hij gaan en met jou spreken, moge hij een geest zijn met jou, moge er geen fout in hem worden gevonden, want de weegschaal is ontdaan van zijn wandaden.’

Spreuk BD1 markeert het startpunt van een spirituele en magische reis, waarbij de aardse begrafenis overvloeit in een goddelijk proces. De spreuk gaat over de hoop van de overledene dat na de begrafenis zijn ziel vrij kan bewegen tussen deze wereld en het hiernamaals.

RdJ

Aanverwante artikelen:

Bronnen:

  • De docencultus van het oude Egypte – M. Raven
  • website RMO
  • The Egyptian book of the dead, the complete Papyrus of Ani – J. Wasserman, C. Andrews, O. Goelet
  • Afbeeldingen: www.ushabtis.com, Dik van Bommel en website RMO