De negatieve confessie
Het Egyptische Dodenboek ontstond aan het begin van het Nieuwe Rijk. Het bestaat uit een verzameling van religieuze en magische spreuken en bijbehorende afbeeldingen die de overledenen hielpen bij de overgang naar het hiernamaals. Lees ook het artikel met een introductie tot het Dodenboek.

British Museum, Londen.
Eén van de belangrijkste spreuken uit het Dodenboek is spreuk BD125. Hierin wordt het oordeel van Osiris over de overledene beschreven. De Egyptenaren geloofden dat wanneer zij stierven, hun gedrag tijdens hun leven zou worden beoordeeld voordat zij toegang kregen tot het hiernamaals. Dit oordeel vond plaats in aanwezigheid van een tribunaal van goddelijke rechters en vormde een beslissend moment voor het mogen voortbestaan na de dood.
Voordat de overledene voor de hoogste rechters mag verschijnen, moet hij eerst bewijzen dat hij over de juiste magische kennis beschikt. De reis door de onderwereld is bezaaid met obstakels. De dode moet talloze poortwachters en veerlieden passeren door hun geheime namen te noemen. Pas daarna bereikt hij een monumentaal gebouw: de Hal van de Dubbele Waarheid.
Zelfs de toegang tot deze hal is een test. De dode moet de correcte namen van de toegangsdeur, de drempel en de bovendorpel kunnen opzeggen. Spreuk BD125 fungeert hierbij als een spiekbriefje. Het bevat alle antwoorden die nodig zijn om deze laatste spirituele grenscontrole te passeren.
Een belangrijk onderdeel van het oordeel door Osiris is de zogenaamde ‘negatieve confessie’. De overledene verschijnt voor een groep van 42 rechters, die elk verbonden zijn met een specifieke plaats of goddelijke functie. Deze rechters vertegenwoordigen verschillende aspecten van moreel gedrag. De overledene spreekt hen één voor één toe en verklaart dat hij zich niet schuldig heeft gemaakt aan bepaalde zonden.
De term ‘negatieve confessie’ verwijst naar de ontkennende vorm van deze uitspraken. De overledene somt niet op wat hij goed heeft gedaan, maar benadrukt juist welke overtredingen hij niet heeft begaan. Op deze manier presenteert hij zichzelf als een rechtvaardig en zuiver persoon.

British Museum, Londen.
In een deel van deze verklaringen, zegt de overledene bijvoorbeeld:
‘Ik heb een arme zijn bezit niet ontnomen. Ik heb niet gedaan wat de goden verafschuwen. Ik heb een dienaar niet bij zijn meester belasterd. Ik heb geen verdriet berokkend. Ik heb niemand laten hongeren. Ik heb niemand laten huilen. Ik heb niet gedood. Ik heb niet laten doden.’
De reikwijdte van deze ontkenningen is opvallend breed. Ze hebben betrekking op ernstige misdrijven zoals moord en diefstal, maar ook op sociaal gedrag en morele verplichtingen. Het doen van deze ontkenningen maakt duidelijk dat rechtvaardigheid in het oude Egypte niet alleen juridisch, maar ook sociaal en religieus werd opgevat.
Daarmee weerspiegelt de negatieve confessie een ideaalbeeld van correct gedrag. Het gaat om leven in overeenstemming met de principes van orde, waarheid en rechtvaardigheid, die in de Egyptische religie centraal stonden. Deze principes zijn nauw verbonden met het begrip van kosmische orde, dat in stand moest worden gehouden door zowel goden als mensen.
Na het uitspreken van alle verklaringen volgt een afsluitende bevestiging van de zuiverheid van de overledene. In sommige teksten luidt dit:
‘Ik ben rein. Ik ben rein. Ik ben rein. Ik ben rein.’
Deze herhaling benadrukt de overtuiging dat de overledene vrij is van schuld. Het is een rituele bevestiging die de voorafgaande ontkenningen samenvat en bekrachtigt.
De negatieve confessie moet niet worden gezien als een feitelijke ondervraging waarbij de waarheid wordt vastgesteld. In de context van het Dodenboek gaat het om een rituele en magische handeling. De Egyptenaren geloofden dat woorden kracht bezaten en dat het correct uitspreken van deze formules invloed kon uitoefenen op de uitkomst van het oordeel.
Daarom was het van groot belang dat de teksten beschikbaar waren voor de overledene. Door het bezitten van de juiste spreuken en het kennen van de juiste woorden kon men zich voorbereiden op het oordeel in het hiernamaals. De combinatie van tekst en afbeelding versterkte deze werking. De afbeeldingen in het Dodenboek, vignetten genaamd, tonen vaak de scène van het oordeel en versterken het ritueel.
Hoewel de negatieve confessie deel uitmaakt van een funerair ritueel, staat het idee van zuiverheid niet los van het leven. Ook in de tempelcultus speelde reinheid een belangrijke rol. Priesters moesten zich reinigen voordat zij de dagelijkse rituelen uitvoerden. De eisen die in de negatieve confessie worden gesteld, sluiten aan bij deze bredere religieuze praktijk.
De negatieve confessie laat zien dat het oordeel in het hiernamaals nauw verbonden was met het gedrag tijdens het leven. Wie in overeenstemming leefde met de morele en religieuze normen, kon zich presenteren als ‘rein’ en zich voorbereiden op een gunstige uitkomst van het goddelijk oordeel.
Lees ook het tweede artikel van spreuk BD125 over het wegen van het hart.
Aanverwante artikelen:
- Het Egyptische dodenboek – spreuk BD125, deel 2: het wegen van het hart
- Het Egyptische Dodenboek – introductie
- Het Egyptische Dodenboek – spreuken
- Dodenboek spreuk BD1: het uitgaan bij dag (volgt binnenkort)
Bronnen:
- Website RMO
- The complete Gods and Goddesses of Ancient Egypt – R. Wilkinson
- Egyptische magie, op zoek naar het toverboek van Thot – M. Raven
- Syllabus Egyptisch Dodenboek – H. Pragt
- Book of the dead, becoming a god in ancient Egypt The oriental institute of the university of Chicago – F. Scalf.
- The Egyptian book of the dead – E. Wallis Budge
- The Egyptian book of the dead, the complete Papyrus of Ani – J. Wasserman, C. Andrews, O. Goelet
- The ancient Egyptian books of the afterlife – E. Hornung
- Het Egyptische Dodenboek, beroemde Egyptische papyri – E. Rossiter
- Afbeeldingen: www.ushabtis.com , Dik van Bommel en website RMO

