Het wegen van het hart
Het Egyptische Dodenboek ontstond aan het begin van het Nieuwe Rijk. Het bestaat uit een verzameling van religieuze en magische spreuken en bijbehorende afbeeldingen die de overledenen hielpen bij de overgang naar het hiernamaals. Lees ook het artikel met een introductie tot het Dodenboek en deel 1 van het artikel over spreuk BD125.

Kenna, tweede van links, wordt aan de hand begeleid door de jakhalsgod Anoebis.
Naast hem de godin Maät. Ze is ook heel klein afgebeeld op de linkerschaal van de weegschaal.
Daarnaast zit het monster Ammoet. Let op de god Thot, voorgesteld door een baviaan, die de
overledene met zijn duim subtiel een handje helpt door de weegschaal in evenwicht te houden.
RMO, Leiden.
Na het afleggen van de negatieve confessie (zie deel 1) volgt de centrale handeling van spreuk BD125: het wegen van het hart van de overledene. Deze ceremonie vindt plaats voor de troon van Osiris, de heerser van het dodenrijk, en wordt bijgewoond door verschillende goddelijke figuren die ieder een specifieke rol vervullen in het proces.
Voor de oude Egyptenaren had het hart een bijzondere betekenis. Het werd gezien als het centrum van het denken, het geheugen en de emoties. Daarmee was het hart de drager van iemands persoonlijkheid en identiteit. In tegenstelling tot andere organen werd het hart tijdens de balseming doorgaans niet verwijderd, omdat het noodzakelijk was voor het voortbestaan in het hiernamaals.
Het hart van de overledene wordt op een weegschaal gelegd. Aan de andere kant van de weegschaal ligt een veer, het symbool van de godin Maät die staat voor waarheid, regelmaat en gerechtigheid. Als het hart zo licht is als de veer wordt de overledene rechtvaardig bevonden en ‘waar van stem’ verklaard. Dit betekent dat hij toegang tot het hiernamaals krijgt. Dit hiernamaals wordt vaak voorgesteld als vruchtbare velden, zoals de ‘velden van vrede’ en de ‘rietvelden’, waar de overledene een heerlijk voortbestaan kan leiden.
Echter, als het hart te zwaar zou zijn door het gewicht van de wandaden en de weegschaal zou doorslaan, dan wordt het hart verslonden door het monster Ammoet die zit te wachten bij de weegschaal. Ammoet is samengesteld uit de kop van een krokodil, de voorpoten en de romp van een leeuw en het achterlijf van een nijlpaard. De overledene sterft zo de ’tweede dood’ en houdt op te bestaan.
Men geloofde in de magische eigenschappen van de teksten en vignetten van het Dodenboek. Men ging ervan uit dat het vignet zelf magische werking had, waardoor de uitslag positief zou worden beïnvloed.
De god Anoebis begeleidt de overledene naar de weegschaal en wordt vaak ook afgebeeld terwijl hij de weegschaal bedient. Thot, de schrijver van de goden, noteert de uitkomst van de weging. Hij wordt vaak afgebeeld als een man met een ibiskop die schrijft op een papyrus, maar kan ook die van een baviaan aannemen die bij de weegschaal zit. Soms houdt hij subtiel de balans in evenwicht om de overledene een handje te helpen.

en de veer van Maät. Achter Anoebis noteert Thot de uitkomst van de weging en zit Ammoet klaar om het hart te verslinden.
British Museum, Londen.
De scène van het wegen van het hart wordt vaak afgebeeld in het Dodenboek. Deze afbeeldingen, vignetten genoemd, tonen de verschillende fasen van het oordeel: de weging zelf, de registratie door Thot en de presentatie van de overledene aan Osiris, die gezeten is op zijn troon. Vaak wordt hij vergezeld door zijn zussen Isis en Nephtys.
De Egyptenaren geloofden dat deze afbeeldingen niet alleen illustratief waren, maar ook een magische werking hadden. Het beeld en de tekst versterkten elkaar in hun werking en hadden een magische kracht. Door de juiste voorstelling van het ritueel op de papyrus te laten afbeelden, kon de uitkomst van het oordeel positief worden beïnvloed.
Na het wegen krijgt de eigenaar het hart weer terug. Om ervoor te zorgen dat dit gebeurt, bevatten de spreuken BD26 tot en met BD29 de garantie dat het hart wordt teruggegeven en nooit meer uit het lichaam wordt verwijderd. De teksten en bijbehorende vignetten geven vaak ook informatie over waar en wanneer amuletten of papyri tijdens de balseming op het lichaam moesten worden gelegd. Sommige voorwerpen moesten tussen de windsels worden gestopt, andere mochten slechts tijdelijk in contact komen met het lichaam.
Hoewel het wegen van het hart een funerair ritueel is, vertoont het duidelijke overeenkomsten met rituelen uit de tempelcultus. Ook daar stond rituele zuiverheid centraal, bijvoorbeeld bij de priesters die zichzelf reinigden vóór aanvang van de dagelijkse cultus. De beoordeling van de overledene weerspiegelt daarmee de normen en waarden die ook tijdens het leven van belang waren.
Aanverwante artikelen:
- Het Egyptische dodenboek – spreuk BD125, deel 1: de negatieve confessie
- Het Egyptische Dodenboek – introductie
- Het Egyptische Dodenboek – spreuken
- Dodenboek spreuk BD1: het uitgaan bij dag (volgt binnenkort)
Bronnen:
- Website RMO
- The complete Gods and Goddesses of Ancient Egypt – R. Wilkinson
- Egyptische magie, op zoek naar het toverboek van Thot – M. Raven
- Syllabus Egyptisch Dodenboek – H. Pragt
- Book of the dead, becoming a god in ancient Egypt. The oriental institute of the university of Chicago – F. Scalf.
- The Egyptian book of the dead – E. Wallis Budge
- The Egyptian book of the dead, the complete Papyrus of Ani – J. Wasserman, C. Andrews, O. Goelet
- The ancient Egyptian books of the afterlife – E. Hornung
- Het Egyptische Dodenboek, beroemde Egyptische papyri – E. Rossiter
- Afbeeldingen: www.ushabtis.com , Dik van Bommel en website RMO

