Het Egyptische Dodenboek – spreuken

Het Egyptische Dodenboek ontstond aan het begin van het Nieuwe Rijk. Het bestaat uit een verzameling van religieuze en magische spreuken met bijbehorende afbeeldingen die de overledenen hielpen bij de overgang naar het hiernamaals. Lees ook het artikel met een introductie tot het Dodenboek.

Vel 11 met spreuk BD146 (onder) en BD147 van het dodenboek van Ani, waarbij hij een aantal poorten door moet gaan die bewaakt worden door wezens. Meestal is het noemen van de naam van dat wezen genoeg om de poort te openen. British Museum, Londen.
Vel 11 met spreuk BD146 (onder) en BD147 van het Dodenboek van Ani, waarbij hij een aantal poorten door moet gaan die bewaakt worden door gevaarlijke wezens. Meestal is het noemen van de naam van de poortwachter genoeg om de poort te kunnen passeren.
British Museum, Londen.

Aan het begin van het Nieuwe Rijk bepaalde de schrijver de indeling van het vel papyrus en liet lege ruimte over voor de vignetten. Later werd deze volgorde omgedraaid. De vignetten werden eerst aangebracht door de meester-schilder en daarna bracht de leerling-schrijver de teksten aan.  Een Dodenboek kon dus het werk zijn van één schrijver, maar ook van een team van schrijvers en ambachtslieden.

In de werkplaatsen waar deze dodenboeken werden gemaakt, was sprake van massaproductie. Een koper kon een Dodenboek op maat bestellen, waarbij het aantal spreuken en vignetten en de kwaliteit ervan afhing van de behoefte en de financiële draagkracht van de koper. Sommige plekken in de tekst werden opzettelijk leeggelaten, zodat na de bestelling de naam van de koper kon worden ingevuld.

Hoewel papyrusrollen de bekendste dragers zijn, verschenen de spreuken uit het Dodenboek op veel meer materialen. Ze kwamen voor op mummiewindsel, op kartonnage, een pleisterlaag van linnen en papyrus, op houten mummiekisten, op sarcofagen, op grafwanden en zelfs op amuletten als de hartscarabee of sjabti’s.

Elke spreuk is een zelfstandige eenheid met een eigen thema en opbouw. Sommige spreuken, zoals de mythologische dodenboekspreuk BD17, zijn omvangrijk en complex. Andere spreuken, zoals de Sjabti-spreuk BD6,  zijn juist kort en functioneel:

‘Oh Sjabti, die aan mij is toegewezen. Indien ik word opgeroepen of indien ik word aangewezen om enig werk te doen dat moet worden gedaan in het domein van de God. Indien inderdaad obstakels daarbij voor u worden geplaatst als een man en zijn plichten, zult u zich voor mij aanmelden bij elke gelegenheid van het bebouwbaar maken van de velden, van het overstromen van de oevers, of van het vervoeren van zand van oost naar west. Hier ben ik, zult u zeggen.’

Met deze spreuk werden de sjabti’s in het graf tot leven gebracht om namens de overledene de zware fysieke arbeid te verrichten in het hiernamaals.

De precieze betekenis van sommige spreuken in het Dodenboek is nog steeds niet duidelijk. Het Dodenboek was een magische reisgids en een paspoort voor de overledene. Veel spreuken maken gebruik van een voor ons nog steeds onduidelijke magisch-religieuze terminologie. Ze bevatten veel toespelingen op mythen die destijds waarschijnlijk algemeen bekend waren, maar waarvan de details nu verloren zijn gegaan.

Enkele van de meest bekende spreuken die vrijwel altijd aanwezig waren in het Dodenboek zijn:

Hymnen aan de goden Ra en Osiris.

Deze vormen meestal de inleiding van het Dodenboek.

Spreuk BD1: het uitgaan bij dag.

De overledene begint aan het einde van de dag, samen met de zonnegod Ra, aan zijn nachtelijke hemelreis door het lichaam van de hemelgodin Noet. In de ochtend wordt hij samen met de zonnegod uit haar moederschoot wedergeboren.

Spreuk BD17: het aanbidden van de zonnegod Ra.

De overledene wordt vereenzelvigd met de opkomende zonnegod Ra en richt zijn smeekbeden tot Ra om hem te redden van allerlei dreigende gevaren

Spreuk BD30b: de getuigenis van het hart

De overledene roept zijn hart op om niet tegen hem te getuigen voor het dodengerecht. Deze spreuk bevat vaak een vignet met het wegen van het hart, net zoals bij BD125.

Spreuk BD125: het wegen van het hart

De overledene wordt beoordeeld door Osiris. Hij doet tegenover 42 rechters een negatieve confessie waarbij hij vertelt welke zonden hij niet heeft begaan. Dan wordt zijn hart gewogen. Als het hart zo licht is als de veer van Maät, geeft Osiris de overledene toegang tot het landbouwparadijs in het hiernamaals.

In totaal kennen we ongeveer 190 verschillende spreuken, maar geen enkel Dodenboek bevat ze allemaal. De samenstelling hing zoals gezegd af van de wensen en de financiële mogelijkheden van de opdrachtgever. Daardoor is ieder exemplaar uniek, ook al vertonen manuscripten uit dezelfde werkplaatsen duidelijke overeenkomsten.

Spreuk DB1 uit het Dodenboek van Hoenefer. In de begrafenisstoet bovenin wordt een beeld van Hoenefer voortgesleept en een boot met daarop zijn mummie. Rechts zijn graf met een kleine piramide. Voor de ingang houdt een priester met een Anoebismasker de mummie overeind, zodat de weduwe afscheid van hem kan nemen. British Museum, Londen.
Spreuk DB1 uit het Dodenboek van Hoenefer. De begrafenisstoet bovenin toont hoe de mummie van Hoenefer in een bark op een slede wordt voortgesleept. Daarachter verslepen vier mannen de slede met de kanopenkist. Rechts zijn graf met een kleine piramide. Voor de ingang houdt een priester met een Anoebismasker de mummie overeind, zodat de sem-priester de laatste rituelen kan uitvoeren. Ondertussen nemen de weduwe en de dochter van Ani afscheid van hem.
British Museum, Londen.

Er bestaat geen vaste volgorde van de spreuken in een Dodenboek. Toch kunnen we bepaalde spreuken met een gemeenschappelijk thema onderscheiden: zonnehymnen, het onschadelijk maken van vijanden, gedaanteverwisselingen en identificatie van de overledene met bepaalde goden, verheerlijking en rechtvaardiging voor de godenrechtbank en magische bescherming door amuletten.

RdJ

Aanverwante artikelen:

Bronnen:

Syllabus Egyptisch Dodenboek – H. Pragt.

– Book of the dead, becoming a god in ancient Egypt. The oriental institute of the university of Chicago – F. Scalf

– Egyptische magie, op zoek naar het toverboek van Thot – M.Raven

– De dodencultus van het oude Egypte – M. Raven

– The book of the dead – E. Wallis Budge

– The Egyptian book of the dead, the complete Papyrus of Ani – J. Wasserman, C. Andrews, O. Goelet

– The ancient Egyptian books of the afterlife – E. Hornung

– The ancient Egyptian book of the dead – R. Faulkner

– Het Egyptische Dodenboek, beroemde Egyptische papyri – E. Rossiter

– Website RMO

– Afbeeldingen: www.ushabtis.com , Dik van Bommel