Het Egyptische Dodenboek – introductie

Al tijdens hun leven bereidden de oude Egyptenaren zich zorgvuldig voor op het nieuwe leven na de dood. Van jongs af aan begon elke Egyptenaar die het zich kon veroorloven met de aanleg van een graf en het verzamelen van de grafuitrusting, zoals de mummiekist, Sjabti’s, vazen voor de ingewanden en vele andere magische objecten. Ze werden voorzien van magische spreuken die hen na het overlijden hielpen bij de overgang naar het hiernamaals.

Die teksten werden uitgesproken tijdens het maken van de objecten of het bijzetten van de objecten in het graf. Of ze werden op het voorwerp, op de muren van het graf of op papyri aangebracht. Wat wij het ‘Dodenboek’ noemen, is de bekendste uitwerking van deze traditie, maar tegelijk ook een moderne benaming die gemakkelijk misverstanden oproept.

Deel van het dodenboek van Ani waarbij Ani (in wit gewaad, staand en knielend) door de valkgod Horus wordt voorgeleid aan de god Osiris. Rechts zit Osiris op zijn troon, vergezeld door Nepthys en Isis. British Museum, Londen.
Deel van het dodenboek van Ani waarbij Ani (in wit gewaad, staand en knielend) door de valkgod Horus wordt voorgeleid aan de god Osiris. Rechts zit Osiris op zijn troon, vergezeld door Nephtys en Isis.
British Museum, Londen.

Het Egyptische Dodenboek is geen boek in moderne zin. Het heeft geen vaste volgorde, geen doorlopend verhaal met een begin en einde. Het betreft een verzameling afzonderlijke teksten die de Egyptenaren zelf aanduidden als spreuken. De overlevering laat zien dat de Egyptenaren deze corpora niet als strikt gescheiden beschouwden, maar als onderdelen van één doorlopende religieuze traditie.

Deze traditie strekte zich uit over drie millennia, vanaf de Vroeg-dynastieke Periode tot en met de Ptolemaeïsche dynastie. Gedurende die tijd veranderde de aard en omvang van deze teksten voortdurend vanwege uiteenlopende redenen. Toch blijven bepaalde spreuken gedurende de gehele faraonische periode intact, hoewel ze soms tijdelijk verdwijnen of aangepast worden aan vernieuwde religieuze opvattingen.

In de Vroeg-dynastieke Periode werden de doden al op uniforme wijze in hun graven gelegd. De Egyptenaren hadden toen al duidelijke ideeën over het leven na de dood. De rituele instructies werden in die tijd mondeling uitgevoerd en overgeleverd aan een volgende generatie.

Vanaf de 5de dynastie in het Oude Rijk verschenen begrafenisteksten op de wanden van koninklijke piramiden. Deze zogeheten Piramideteksten hadden tot doel de farao te helpen bij zijn wederopstanding. Bij deze teksten zien we verder geen illustraties. Ze bevatten een mengsel van diverse rituele instructies, hymnen, bezweringen en magische spreuken en vertellen over het lot van de koning in het hiernamaals en zijn opname tussen de goden.

Aan het einde van de Eerste Tussenperiode en vooral in het Middenrijk werden vergelijkbare religieuze teksten steeds vaker aangebracht aan de binnenzijde van de houten mummiekisten van leden van de bestuurlijke elite. Tegelijkertijd verdwenen dergelijke teksten in deze periode juist uit de graven van de farao’s. In deze context worden deze verzamelde magische spreuken aangeduid als Sarcofaagteksten. Aan de wanden van de mummiekisten werden ook allerlei attributen in schildering weergegeven. Deze voorwerpen zouden de dode in het hiernamaals goed van pas komen.

Vanaf het Nieuwe Rijk kreeg deze traditie een nieuwe en zeer invloedrijke vorm: teksten werden voortaan veelvuldig op papyrusrollen geschreven en bij de mummie in het graf gelegd. Losse papyrusvellen werden met een kleine overlap aan elkaar bevestigd tot één lange rol. Zo ontstond wat wij het Egyptische Dodenboek noemen. Het ging doorgaans om papyrusrollen met een hoogte van 30 tot 50 centimeter. Een van de langst bekende papyrusrollen is ruim 23 meter lang. Het is het beroemde Dodenboek van Ani en het bevindt zich in het British Museum in Londen.  

Veel dodenboeken zijn verloren gegaan vanwege gebrek aan bescherming. Regelmatig werden ze echter in holle beelden gestopt. Daardoor zijn ze goed bewaard gebleven en hebben we veel kennis kunnen vergaren over deze traditie, die tot op de dag van vandaag soms nog niet goed begrepen wordt.

De moderne titel ‘Dodenboek’ stamt uit de 19e eeuw, maar past niet bij de vele en diverse thema’s waaruit de teksten bestaan: begrafenisrituelen, hymnen aan de goden, de reis door het hiernamaals, rechtvaardiging voor de godenrechtbank, magische spreuken om vijandige wezens te bezweren, gedaanteverwisselingen, identificatie met bepaalde goden, enzovoort.

Deel van het dodenboek van Nany. Geheel rechts de tekst: Taa perrie em herroe: ‘Boek van het uitgaan bij dag’. Metropolitan Museum of Art, New York.
Deel van het dodenboek van Nany. Geheel rechts de tekst: ‘Het uitgaan bij dag’.
Metropolitan Museum of Art, New York.

De oude Egyptenaren zelf spraken van het ‘Boek van het uitgaan bij dag’ of van de ‘Spreuken voor het uitgaan bij dag’.

Deze titel verwijst naar het vermogen van de ba-ziel om de grafkamer te verlaten, naar buiten te treden in het daglicht en zich te verenigen met de zonnegod op diens dagelijkse tocht langs de hemel.

Spreuk 15B, sectie 3 van het Dodenboek gaat dieper in op dit concept: ‘voor de ach-geest  voor wie dit boek is gemaakt, treedt de ba-ziel naar buiten met de levenden; zij treedt naar buiten bij dag en is machtig onder de goden.’

Het Dodenboek biedt de overledene dus niet alleen bescherming, maar ook de mogelijkheid tot actieve deelname aan het kosmische ritme van dood en wedergeboorte.

Belangrijk is dat het ‘Boek van het uitgaan bij dag’ geen strikt technische titel was voor één vaste tekstverzameling. De aanduiding kon ook slaan op andere rituele geschriften met een vergelijkbaar doel, en zelfs afzonderlijke spreuken konden deze titel dragen. Dat benadrukt hoe flexibel en open de traditie was.

Het Dodenboek is daarmee geen statisch werk, maar een dynamisch geheel van teksten dat zich ontwikkelde binnen een eeuwenlange lange religieuze traditie. Het weerspiegelt de centrale Egyptische overtuiging dat het voortbestaan na de dood voorbereiding, kennis en rituele ondersteuning vereiste.

RdJ

Aanverwante artikelen:

Bronnen:

Syllabus Egyptisch Dodenboek – H. Pragt.

– Book of the dead, becoming a god in ancient Egypt. The oriental institute of the university of Chicago – F. Scalf.

– Egyptische magie, op zoek naar het toverboek van Thot – M. Raven

– The Egyptian book of the dead – E. Wallis Budge

– The Egyptian book of the dead, the complete Papyrus of Ani – J. Wasserman, C. Andrews, O. Goelet

– The ancient Egyptian books of the afterlife – E. Hornung

– Het Egyptische Dodenboek, beroemde Egyptische papyri – E. Rossiter

– Afbeeldingen: www.ushabtis.com , Dik van Bommel