Dit artikel bevindt zich in de categorie: Samenleving - Leger


Het leger

Model van Nubische boogschutters, Egyptisch Museum, Caïro.
Model van Nubische boogschutters,
Egyptisch Museum, Caïro.

Tijdens het Oude Rijk beschikte Egypte niet over een permanent beroepsleger. In tijden van oorlog werden mannen uit de samenleving gekozen, bewapend en ingezet. De bewapening bestond uit knotsen, strijdbijlen en dolken. Als lange afstandswapens werden lansen, slingers en pijl en boog gebruikt. Met dierenvellen bespannen houten raamwerken dienden als schild.

Na het Oude Rijk deden huurlingen hun intrede in het leger. Vooral de Nubische boogschutters werden een geducht legeronderdeel.

Revolutionaire veranderingen in de strijdmacht vonden plaats tussen het einde van de Tweede Tussenperiode en het begin van het Nieuwe Rijk. Vanaf die tijd had Egypte een beroepsleger. Dit Nieuwe Rijksleger was onderverdeeld in divisies. Elke divisie droeg de naam van een god. Ramses II trok in zijn vijfde regeringsjaar ten strijde met vier divisies vernoemd naar de goden Amon, Ra, Ptah en Seth.

Een divisie bestond uit vijfduizend soldaten. Deze was onderverdeeld in twintig compagnieën van 250 man. Elke compagnie bestond uit vijf pelotons van 50 man. Elk peloton had zijn eigen naam bijvoorbeeld ‘de geliefden van Amon’.
De Hyksos introduceerden paard en strijdwagen in Egypte. Het ontwerp van de Hyksos strijdwagen werd door de Egyptenaren aangepast. Het Egyptische ontwerp was relatief licht, wendbaar en snel. De strijdwagen werd door twee mannen bezet. De een was de paardenmenner, terwijl de ander de rol van schilddrager en boogschutter had.

In combinatie met een ander van de Hyksos overgenomen wapen, de composietboog, waren de strijdwagens een zeer dodelijk legeronderdeel. Deze composiet, of samengestelde boog, was gemaakt van verschillende soorten hout die met behulp van hoorn aan elkaar verlijmd werden. De reikwijdte van deze boog was vele malen groter dan die van de standaardboog. Het strijdwagenkorps ontwikkelde zich al snel tot een elite onderdeel van het Egyptische leger.

Als wapen voor man-tegen-man gevechten werd het sikkelzwaard overgenomen van de Hyksos. Pijl- en speerpunten werden vanaf deze tijd voornamelijk van brons gemaakt. Aan het begin van het Nieuwe Rijk werden de schilden verbeterd door ze geheel van hout te maken.

De strijdwagen van Toetanchamon, Egyptisch Museum, Caïro.
De strijdwagen van Toetanchamon,
Egyptisch Museum, Caïro.

De Egyptenaren beschikten niet over soldaten te paard. Het door hen gebruikte paardenras was te klein en zwak om een zwaar bewapende ruiter op de rug te kunnen dragen. Wel maakten ze gebruik van verkenners te paard.

Zware, warme lichaamsbescherming kenden de Egyptische strijdkrachten niet of nauwelijks. Deze zou in het hete Egyptische klimaat het uithoudingsvermogen van de soldaten negatief beïnvloed hebben. De troepen droegen soms lederen en soms metalen hoofdbescherming. De officieren en elitetroepen droegen lederen pantserkleding die bedekt was met bronzen schubben.

Uit de papyrus Lansing blijkt dat het leven van een soldaat niet makkelijk was: ‘Hij wordt op elk uur wakker gemaakt. Hij wordt achternagezeten als een ezel. Hij zwoegt tot de zonneschijf ondergaat in het donker van de nacht. Hij is hongerig, zijn lichaam doet pijn, hij is levend en dood tegelijk.’ Hij wordt opgeroepen naar Syrië. Hij mag niet rusten. Hij drinkt water op elke derde dag, het stinkt en smaakt zout. Zijn lichaam is verwoest door ziekte.

Er zijn geen teksten bekend waarin de precieze legerinstructies en oefeningen worden beschreven. Afbeeldingen in het graf van Chnoemhotep in Beni Hassan en in de Medinet Haboe-tempel van Ramses III tonen boksende en worstelende militairen. Er wordt vanuit gegaan dat het gaat om militairen die aan het oefenen en trainen zijn.

Naast de militaire rol had het leger ook een ceremoniële rol. In de Loeksortempel wordt duidelijk dat militairen een belangrijk onderdeel waren van de optochten tijdens het Opet-festival.

PvG

Bronnen:
– Warfare in ancient Egypt – B. Mc Dermott
– War in ancient Egypt – A.J. Spalinger
– Egypte, het land der farao’s – R. Schulz en M. Seidel
– Ancient Egyptian literature II – M. Lichtheim