Reservehoofden

Uit Kemet

Ga naar: navigatie, zoeken

Doorsnede van een mastaba
Doorsnede van een mastaba
Een wat vreemd fenomeen binnen de Egyptische beeldhouwkunst is het zogenaamde reservehoofd. Er zijn zo'n dertig stuks van deze hoofden gevonden in Gizeh, alle daterend uit de 4de dynastie, de regeerperiode van Choefoe en Chafra. Ze zijn aangetroffen in mastabagraven, in een zijnis op de bodem van een schacht die naar de grafkamer leidt. In een van de nog ongeschonden graven is een reservehoofd aangetroffen, dat naast de sarcofaag stond, dicht bij de overledene.

Men heeft geconstateerd dat reservehoofden van meet af aan als hoofd zijn gemaakt. Met andere woorden, het zijn geen fragmenten van andere beelden. De onderkant is aan de basis van de nek afgevlakt, zodat de hoofden rechtop konden staan. Dat is de reden waarom men er vanuit gaat dat het een solo-sculptuur was. De meeste reservehoofden, op enkele uitzonderingen na uit Nijlklei, zijn vervaardigd uit fijn kalksteen en zorgvuldig gladgemaakt. Ze beelden mensen uit die kaalgeschoren of heel kortgeknipt zijn. Het grootste exemplaar is dertig centimeter hoog. Typisch is het feit dat bij alle hoofden de oren eraf zijn en in het achterhoofd een verticale inkeping zit.

Reservehoofd uit de 4de dynastie, Egyptisch Museum, Caïro
Reservehoofd uit de 4de dynastie, Egyptisch Museum, Caïro
Er zijn verschillende argumenten aangevoerd om de betekenis en de reden voor het vervaardigen van reservehoofden te verklaren. In de eerste plaats zou de angst om het hoofd in het hiernamaals te verliezen door toedoen van demonen of natuurlijk verval een rol gespeeld kunnen hebben, vandaar de naam 'reservehoofden'. Ten tweede is het mogelijk dat een reservehoofd ook als grafbeeld was bedoeld. Maar zo'n beeld werd meestal in de serdab, een afgesloten cultuskamer in het graf, geplaatst. Vanwege de schade aan de oren en de inkeping in het achterhoofd wordt gesuggereerd dat de hoofden mogelijk gebruikt zijn als mal voor een funerair masker. Verwijdering van het masker zou de beschadigingen veroorzaakt hebben. Maar voor een mal zou men hoogstwaarschijnlijk ander materiaal dan kalksteen genomen hebben. Ook is er gespeculeerd dat de grafeigenaar het beeld van het hoofd als woonkamerdecoratie benutte. Maar ook deze theorie kan men op geen enkele manier staven. Gezien de visie van de Egyptenaren op een leven na de dood is het niet ondenkbeeldig dat de vervaardiging van de hoofden was bedoeld om het uiterlijk te conserveren in verband met de wederopstanding. Immers, om te kunnen voortleven in het hiernamaals was conservering van het lichaam een noodzakelijke voorwaarde.

De karakteristieke gelaatstrekken van de reservehoofden zijn opvallend. Bij de meest ontwikkelde werken is haast sprake van een portret. De interessante stijl waarmee de hoofden zijn vormgegeven, die tussen idealisering en realisme, laat waarschijnlijk een van de vroegste voorbeelden van portretkunst zien. Men gaat er daarom vanuit, dat het willen behouden van eigenheid en uiterlijk de werkelijke reden is geweest voor het maken van reservehoofden.

JB

Bron:
- Egypte, het land van de farao's - H.F. Ullmann