Obelisken – de bouw en herkomst

De obelisk van Ramses II, tempel van Loeksor.
De obelisk van Ramses II,
tempel van Loeksor.

Dat de oude Egyptenaren beschikten over een grote mate van vakmanschap blijkt niet alleen uit bouwwerken als piramides en tempels, maar ook uit obelisken. Deze uit één stuk rots gehouwen en taps toelopende zuilen sierden menige tempel in Egypte. Ze werden meestal gemaakt van het rode graniet uit de steengroeven bij het huidige Assoean. De top bestond uit een piramidevormige steen die meestal bekleed werd met goud of electrum.

Door de enorme lengte van de obelisken staken de vergulde toppen boven de tempelmuren uit en vingen zo zowel het eerste als het laatste zonlicht van de dag op. De langste obelisk, opgericht door Thoetmoses III, staat nu op het Sint-Jan van Lateranenplein in Rome en is meer dan 32 meter hoog.

Obelisken vinden waarschijnlijk hun oorsprong in Heliopolis. Daar bevond zich in de zonnetempel de zogenaamde ben-ben steen. Deze piramidevormige steen stond symbool voor de oerheuvel uit de Heliopolitaanse scheppingsmythe. Uit deze ben-ben steen heeft zich in de loop der tijd de ons zo bekende obelisk ontwikkeld.

Kleine exemplaren zijn teruggevonden aan weerszijden van de ingang van sommige offerkapellen voor de dodencultus. Ze dateren uit het Oude Rijk. Vooral in het Nieuwe Rijk werd het oprichten van obelisken populair onder de farao’s. Zij dienden als gift voor de goden, maar ook als herinnering aan jubilea of overwinningen. De naam van de betreffende farao en de reden van oprichting werden in hiërogliefen op de vier zijden van de obelisk beschreven.

De onvoltooide obelisk, Assoean.
De onvoltooide obelisk, Assoean.

Over de manier waarop de obelisken werden gemaakt is weinig bekend. Er zijn geen geschreven bronnen bewaard gebleven hierover. In een steengroeve bij Assoean is echter een onvoltooide obelisk gevonden. Eenmaal voltooid zou deze obelisk ongeveer 42 meter lang zijn geworden, de langste obelisk ooit. Toen tijdens het werk de rots begon te scheuren, heeft men het werk in de steek gelaten.

Door de sporen en fragmenten van achtergelaten gereedschap kunnen wij ons tegenwoordig een beeld vormen van hoe men waarschijnlijk te werk is gegaan. Men ging eerst op zoek naar een geschikt stuk rots om te gebruiken. De eerste ruwe lagen gesteente werden verwijderd door vuurtjes te maken bovenop de rots en deze vervolgens met koud water te laten ‘schrikken’. Op die manier sprong de bovenste laag los en kon verwijderd worden. Van tijd tot tijd werden verticale sleuven gehakt om te controleren of de rots niet ging scheuren. Vervolgens werden rondom de obelisk sleuven gehakt om deze vrij te maken.

Kogel van doleriet.
Kogel van doleriet.

Omdat de oude Egyptenaren nog niet de beschikking hadden over ijzer moesten zij gebruik maken van een zeer harde steensoort om de rots weg te hakken. Zij gebruikten hiervoor ballen van doleriet. Een aantal van deze ballen is teruggevonden in steengroeven. Het stuk rots werd met okerkleurige lijntjes in vakken verdeeld en iedere arbeider kreeg zijn eigen vak toegewezen. In totaal konden zo ongeveer honderd arbeiders tegelijk werken aan het uithakken van de obelisk. De lijntjes zijn hier en daar nog steeds zichtbaar in de groeve.

Wanneer de obelisk aan drie zijden was uitgehakt begon het moeilijkste gedeelte. De obelisk moest aan de onderzijde worden losgemaakt van de rotswand. Waarschijnlijk werd dit gedaan door de rots aan de onderzijde weg te hakken. Een andere mogelijkheid is dat men de obelisk wist los te maken met gebruik van hefbomen en zware balken ter ondersteuning. Om gewicht te besparen werd de obelisk zo veel mogelijk ter plekke bewerkt voordat hij op sleden of op rollers richting de Nijl werd gesleept voor het transport naar de locatie van oprichting.

LdJ

Lees ook: Obelisken – oprichting en huidige locaties

Bronnen:
– The Complete Temples of Ancient Egypt – R.H. Wilkinson
– Lexikon der Ägyptischen Baukunst – D. Arnold
– Cleopatra’s Needles – R. Hayward
– The New York Obelisk – M. D’Alton