Dit artikel bevindt zich in de categorie: Tempels - Godentempels


De tempel van Chonsoe te Karnak

Tempel van Chonsoe, tempelcomplex Karnak, Loeksor.
Tempel van Chonsoe,
tempelcomplex Karnak, Loeksor.

De tempel van Chonsoe bevindt zich in het het ommuurde domein van Amon binnen het tempelcomplex van Karnak. Hij ligt bijna tegen de zuidwestelijke muur aan, naast de negende en tiende pyloon van de Amontempel. Chonsoe , de maangod, was de zoon van Amon en Moet. Met z’n drieën vormden ze de Thebaanse triade. De tempel is niet groot, ongeveer 70 meter lang en 27 meter breed. De zuilen zijn 7 meter of 5,5 meter hoog, de pyloon is 18 meter hoog.

De tempel van Chonsoe stamt uit het Nieuwe Rijk. De tempel is gebouwd op restanten van een tempel uit de tijd van Thoetmoses III (18de dynastie). De tempel is verder uitgebouwd onder Ramses III, uit de 20ste dynastie.

De Hogepriester-farao Herihor heeft aan het einde van de 20ste dynastie de peristyle voorhof laten bouwen. De pyloon dateert uit de tijd van Hogepriester-farao Pinodjem uit de 21ste dynastie (Derde Tussenperiode). Ook farao’s uit latere dynastieën, tot aan de 25ste dynastie, hebben decoraties laten aanbrengen.

De ingang bevindt zich tegenover de zuidwestelijke muur van het Karnakcomplex. Voor de ingang hebben vier rijen van vijf zuilen gestaan, gebouwd door farao Taharka (25ste dynastie). Tussen de zuilen was een bestrating van rood graniet aanwezig, waarvan nu nog kleine stukken te zien zijn. Buiten het tempelcomplex loopt vanaf de eerste pyloon een sfinxenallee, bestaande uit sfinxen met ramskoppen, naar zowel het tempelcomplex van Moet als naar de Loeksortempel. Vanaf de splitsing naar de tempel van Moet worden het sfinxen met mensenhoofden.

 De middenas vanuit de eerste hof, tempel van Chonsoe, tempelcomplex Karnak, Loeksor.
De middenas vanuit de eerste hof, tempel van Chonsoe,
tempelcomplex Karnak, Loeksor.

In de pyloon van de tempel zijn vier uitsparingen voor vlaggenmasten. Achter de pyloon is de peristyle hal, een open hof omringd door een zuilengang, gevolgd door de hypostyle hal, een hof gevuld met zuilen. Beide hallen hebben ook een zij-ingang en zijn vrij goed bewaard gebleven. Het dak zit er nog op en op alle muren en zuilen zijn inscripties uitgehakt en aangebracht.

Achter de hypostyle hal bevindt zich de afgesloten ‘woonruimte’ van de godheid bestaande uit de barkkapel, een kleinere hal met vier zuilen en een klein donker kamertje voor het cultusbeeld. Deze ruimten hebben bijna geen dak meer, maar de muren en zuilen staan er nog wel en ook hier zijn vele inscripties te bewonderen. Een trap leidt naar het dak van de tempel, vanaf waar er een wijds uitzicht is over het Karnak tempelcomplex. In de oudheid was dit een goede plek om de zon, maan en sterren te observeren.

De pyloon is gedecoreerd door Pinodjem I  uit de 21ste dynastie (Derde Tussenperiode). Hoewel hij hogepriester was, liet hij zich afbeelden als een farao. De twee hallen zijn gedecoreerd door Herihor, de voorganger van Pinodjem. Hij staat tegelijkertijd met Ramses XI afgebeeld, nog tijdens het leven van de farao usurpeerde Herihor zijn voorstellingen en zelfs zijn positie als farao. Het binnenste deel van de tempel is gedecoreerd door de verschillende farao’s uit de Ramessiden Tijd. Maar er zijn ook Ptolemaeïsche en Romeinse afbeeldingen te vinden, omdat er in die tijd restauratiewerkzaamheden zijn uitgevoerd.

De tempel is een goed voorbeeld van de strikte, sectionele bouwkundige stijl van de late Ramessiden Tijd. De tempel werd dus ook in delen gebouwd. Onder egyptologen bestaat een meningsverschil of de gehele tempel door Ramses III en Ramses IV is gebouwd en vervolgens door hen en latere farao’s is gedecoreerd, of dat iedere farao een eigen deel toevoegde aan de tempel. De tempel is vrij goed bewaard gebleven en er zijn nog vele reliëfvoorstellingen en inscripties te zien.

MvK

Bronnen:
– The Complete Temples of Ancient Egypt – R.H. Wilkinson
– The encyclopedia of Ancient Egyptian Architecture – D. Arnold
– The complete Gods and Goddesses of Ancient Egypt – R.H. Wilkinson
– Foto tempel van Chonsoe – Roel Rijsdam