Persoonselementen volgens de oude Egyptenaren – deel 1

Voor de oude Egyptenaren was de dood niets anders dan een overgang van het bestaan op de aardse wereld naar leven in het hiernamaals. Deze overgang was echter complex. Voor de oude Egyptenaren bestond een lichaam namelijk uit verschillende persoonselementen. Deze verschillende persoonselementen moesten door de begrafenisrituelen weer worden herenigd. Aspecten van deze cultus, waarvan we zouden kunnen zeggen dat ze uit de tastbare wereld komen, waren de persoonselementen van het lichaam: de schaduw, het hart en de naam. Aspecten die zich manifesteerden in de denkbeeldige wereld van het hiernamaals, waren: de ka, de ba en de ach.

Hartscarabee van Djehoety, RMO, Leiden.
Hartscarabee van Djehoety,
RMO, Leiden.

Het lichaam

Om er voor te zorgen dat het lichaam ook na de dood in goede staat bleef, mummificeerden de Egyptenaren het. Maar dit alleen was niet genoeg, de overledene moest in de andere wereld ook weer vrij kunnen bewegen, spreken, eten, drinken en ademen. Om hier zeker van te zijn, werden er tijdens de begrafenis belangrijke rituelen uitgevoerd, waaronder het mondopeningsritueel. Het mocht de overledene ook aan niets ontbreken in de nieuwe wereld. De voorraadkamers in de graven werden dan ook volgestouwd met persoonlijke spullen. Ook alledaagse artikelen zoals eten en drinkwaren werden meegegeven met de dode. Alles was erop gericht om het lichaam voort te laten bestaan.

De schaduw

Iedereen heeft een schaduw in de tastbare wereld, maar ook in het hiernamaals reist deze mee met de ba-ziel. Hoofdstuk 92 van het Dodenboek bevat een spreuk om het graf te openen voor de ba en de schaduw om tevoorschijn te komen als het dag is en gebruik te maken van beide benen.


Het hart

Mummiekist van Achnaton, Egyptisch Museum, Caïro.
Mummiekist van Achnaton,
Egyptisch Museum, Caïro.

Het hart was voor de oude Egyptenaren het belangrijkste orgaan in het lichaam. Hierin zetelden volgens hen het geheugen, de intelligentie, het gevoel, de verbeelding en het geweten. In hoofdstuk 30 van het Dodenboek wordt het hart dan ook opgedragen om geen leugens te vertellen. Maar het belangrijkste ritueel is het ‘wegen van het hart’ in hoofdstuk 125 van het Dodenboek. Als een soort laatste oordeel wordt het hart, ten overstaan van vele goden, gewogen op eerlijkheid tegenover de veer van Maät. Tijdens de mummificatie werd het hart altijd in het lichaam gelaten en werd het beschermd door een belangrijk amulet, de hartscarabee.

De naam

Ook de naam van de overledene was belangrijk, hierdoor kreeg men een identiteit en bleef men geen individu. De naam roept een zeker beeld op, iemands naam kennen geeft een vorm van macht. Regelmatig zien we dat men de hiërogliefen van een naam kapot heeft gehakt. Dit kunnen we opvatten als een soort rituele moord. Het is de bedoeling om die persoon uit ons geheugen te wissen. Zonder naam hield men op te bestaan en stierf men een tweede dood. Dit was voor de oude Egyptenaren het ergste lot dat je kon overkomen.

RR

Lees ook: Persoonselementen volgens de oude Egyptenaren – deel twee, waarin de manifestaties van de ka, ba en de ach worden behandeld.

Bronnen:
– Onder het Oog van de Zonnegod – M. Reynders
– Dood en Begrafenisrituelen in het oude Egypte – S. Ikram