Dit artikel bevindt zich in de categorie: Samenleving - Flora en Fauna


De kievit in het oude Egypte

Kieviten op de sokkel van farao Djoser, Imhotep Museum Sakkara.
Kieviten op de sokkel van farao Djoser,
Imhotep Museum, Sakkara.

In het oude Egypte kwamen twee soorten kieviten voor, namelijk de kievit (Vanellus vanellus) en de zwartkopkievit (Vanellus tectus). De kievit is een weidevogel uit de familie van de plevieren. De vogel is te herkennen aan zijn kuif, de brede vleugels en de relatief langzame, flappende vlucht. De kievit heeft een brede zwarte borstwand, contrasterend met witte onderdelen. Bij de zwartkopkievit is de zwarte borstband minder breed, de rug is eerder bruinachtig dan zwart en op de kop heeft deze soort meer zwart. De kievit broedt in grote delen van Europa, noord-Azië, het Midden-Oosten en Marokko. Hij overwintert in Egypte, onder andere in de Delta, langs de Middellandse Zee ten westen van Alexandrië en in de oases van de Fajoem, Siwa en Dachla. De zwartkopkievit komt voor in Noord-Afrika in de Sub-Sahara regio vanaf de Atlantische kust, Soedan en Ethiopië tot aan de Rode Zee. Hij is tegenwoordig niet meer waar te nemen in Egypte. Beide kievitsoorten zijn weergegeven op afbeeldingen. De Vanellus vanellus wordt bijvoorbeeld afgebeeld in de rode kapel van Hatsjepsoet in het Openluchtmuseum in Karnak. De Vanellus tectus is te zien in het graf van Baqet III in Beni Hassan. Beide kievitsoorten zijn gebruikt om het hiëroglief ‘rechyt’ weer te geven, nummer G23 en G24 volgens de Gardiner tekenlijst.

Faience tegel met rechyt-vogel, Museum of Fine Arts, Boston.
Faience tegel met rechyt-vogel,
Museum of Fine Arts, Boston.

De kievit verscheen na de overstroming in het peret-seizoen in grote groepen tegelijk in Egypte. Dit is mogelijk de reden waarom de Egyptenaren de voorstelling van de kievit gebruiken als de hiëroglief ‘rechyt’ dat ‘volk’ betekent. Egyptologen noemen de kievit dan ook wel de rechyt-vogel. De oudste voorstelling van de kievit staat op de knotskop van koning Schorpioen uit Hiërakonpolis. Op die knotskop is te zien hoe kieviten met een touw om de nek zijn opgehangen aan een godenstandaard. Zij stellen de vijandige volken van Neder-Egypte voor, die onderdrukt worden door de farao. De knotskop bevindt zich tegenwoordig in het Ashmolean Museum in Oxford. Op de sokkel van een beeld van farao Djoser wordt voor de voeten van de farao een rij kieviten afgebeeld. De vleugels zijn naar achteren gebogen en bij het gewricht over elkaar geslagen, zodat ze niet kunnen vliegen. Gevangen vogels worden ook vaak op die manier bij de vleugels vastgehouden om hun onderdanigheid te symboliseren. De kieviten symboliseren hier niet de buitenlandse vijanden maar de eigen onderdanen. Verder staan op deze sokkel onder de voeten van de farao negen bogen afgebeeld, als symbool van de onderworpen buitenlandse vijanden. De symbolische betekenis van de kievit kon dus variëren. Afhankelijk van de context stond de kievit of symbool voor de vijanden van Egypte of voor de eigen trouwe onderdanen van de farao.

Toetanchamon met rechyt-vogel en Anchesenamon, detail vergulde schrijn, Egyptisch Museum, Caïro.
Toetanchamon met rechyt-vogel en Anchesenamon,
detail vergulde schrijn,
Egyptisch Museum, Caïro.

Pas in het Nieuwe Rijk, vanaf de 18de dynastie tot aan de Grieks-Romeinse Tijd, wordt de voorstelling van de kievit in positieve zin gebruikt. De kievit wordt dan afgebeeld in combinatie met de vijfpuntige ster ‘doea’ die ‘aanbidden’ betekent en met het mandje ‘neb’ dat ‘ieder of alle’ betekent. De totale betekenis is dan ‘alle (Egyptische) volk aanbidt’. Vaak is de kievit afgebeeld met een paar menselijke armen die geheven waren als teken van aanbidding. Deze ‘rebus’ staat meestal aan weerszijden van een cartouche, om aan te geven dat de farao degene was die vereerd werd. De afbeelding werd zowel in paleizen als in tempels toegepast. Aan het gebruik ervan op tempelwanden kan nog een diepere betekenis worden toegekend, namelijk een eeuwige representatie van het Egyptische volk dat niet alleen de farao aanbidt maar ook de aanwezige goden in het tempelcomplex. Het Oriental Institute van de Universiteit van Chicago heeft tussen 1931-1932 dergelijke geglazuurde faience tegels met de rebus van de rechyt-vogel opgegraven in de Medinet Haboe tempel van Ramses III. Deze tegels flankeerden ooit de deurposten van het paleis. Vergelijkbare tegels zijn ook gevonden in het paleis van Ramses III in Tell el-Yahoediya en op de zuilen in de privévertrekken van het paleis van Merenptah in Memfis. Daarnaast is deze tekencombinatie te vinden op tempelwanden en zuilen in tempels uit het Nieuwe Rijk, bijvoorbeeld in Karnak en in de tempel van Kom Ombo.

Op een vergulde schrijn van Toetanchamon wordt de farao afgebeeld met de koninklijke regalia in zijn rechterhand. In zijn linkerhand houdt hij een rechyt-vogel bij de vleugels vast. De vogel richt zich in aanbidding tot de cartouche van de koningin, de meesteres van de beide landen, Anchesenamon. Zij staat afgebeeld met haar handen in aanbidding naar de farao. De afbeelding vormt een complete iconografische cyclus: onder leiding van de farao aanbidt het volk de koningin en de koningin aanbidt de farao.

JR

Bronnen:
– Reading Egyptian art – R.H. Wilkinson
– Between heaven & earth, birds in ancient Egypt – Redactie: R. Bailleul-LeSuer
– Cursus flora en fauna – H. Pragt
– The illustrated dictionary of ancient Egypt – I. Shaw en P. Nicholson